You're
my crimescene baby
police
line do not cross
and
I could be a tresspasser
lockes
forever lost
Charleston
Accindental- Benjamin B
'Een ongeluk
zit in een klein hoekje'. Een van de meest gebruikte uitdrukkingen,
en heel cliche. Ik dacht er vandaag over na. Een vrouw die haar duim
halveerde doordat er een tractor op omviel, zei het. 'Nou!' zei ik.
Maar ik vond
het helemaal niet. Bij een 'ongeluk in een klein hoekje' denk ik meer
aan op je duim slaan met timmeren. Of aan het breken van je enkel
door een misstap bij het ramen zemen. Misschien begrijp ik de
uitdrukking niet.
Een beetje
zoals 'gaat het?' Dat snap ik ook niet. Gaat wat? Alles gaat zoals
het gaat, daardoor gebeuren ongelukken juist.
'Ongeluk' is
namelijk een raar woord. Het omgekeerde van geluk. Dat is op zich
alles wat je niet gelukkig maakt.
Wc-papier
op? Ongeluk. Fiets gejat, tentamen niet gehaald, favoriete serie
stopt ermee? Ongeluk.
In het
Engels is het 'accident', wat een 'onverwachte en ongewenste
gebeurtenis' is. Beter. Een ongewenste enonverwachte gebeurtenis zit
in een klein hoekje. Bekt niet lekker, maar toch.
En dan: 'In
een klein hoekje'.
Welk hoekje?
Een hoekje van de slaapkamer? Een hoekje achter de bank? Hoeveel
graden bepaalt of het klein of gewoon hoekje is?
En is een
groot hoekje minder gevaarlijk? Over wat voor een hoekje hebben we
het eigenlijk?
'De
meeste ongevallen gebeuren in en om het huis' leerde ik tijdens mijn
Eerste Hulp cursus. '35.000 mensen gaan jaarlijks in Nederland naar
de Eerste Hulp vanwege een ongeval in en om het huis. Hiervan
overlijden er 580 per jaar.'
Het verkeer,
terrorisme en criminaliteit scoren veel lager. De mens is zijn eigen
grootste gevaar. We vergeten het zo makkelijk.
Want dat
soort dingen gebeuren ons niet. Wij negeren vrolijk alle
waarschuwingen, de plaatjes in het IKEAboekje waar staat dat dit ECHT
met z'n tweeen moet en het cliche van het hoekje.
De afgelopen
jaren was ik vaak aan het werk in het ziekenhuis. Mensen worden ziek
en gaan dood. Daar ben ik aan gewend, soms hadden ze er iets aan
kunnen doen, maar meestal niet. Waar ik toch niet aan kan wennen,
zijn aan de ongelukken. Vooral niet aan die 'in en om het huis'.
'Man
stapte tijdens verhuizing mis bovenaan de trap (30 treden) en viel
achterover' schreef ik bij Neurologie in een status. Op de
CT-scan werd in de hersenen een grote bloeding gezien. De man ging
dood. Hij was net zo oud als mijn vader. Tijdens dit coschap ging ik
verhuizen. Mijn vader mocht helpen, maar ik wilde grote dingen zelf
naar boven tillen. Dan kon mijn vader niet van de trap vallen. En ik
zou niet vallen, want dat soort dingen gebeuren mij niet.
Dit baseerde
ik op feit dat mij elke dag heel veel dingen niet gebeuren.
In de
afgelopen jaren ben ik niet uit ramen gevallen vanaf de derde
verdieping tijdens het ophangen van gordijnen, wiebelend op een
kussen op een stoel, niet geelectrocuteerd bij het aansluiten van een
nieuwe lamp, niet verlamd geraakt na een val van de trap, niet geplet
door de zware kast die ik zelf wel naar beneden zou tillen, niet
gespietst op de bamboestokken in mijn kamerplant toen die naar
beneden viel, niet extreem gewond geraakt door m'n blender, niet
gestikt in koolstofmonoxide, niet blind geworden na het knappen van
een boortje op ooghoogte, niet overreden na het breken van m'n
fietsketting en de onmogelijkheid om te remmen, niet aangereden na
een onfortuinlijke beweging richting tramrails, niet tussen metro en
perron gestuikeld en vooral: niet mijn nek gebroken door mijn pump in
een klein hoekje te haken.
Het kleine
hoekje snap ik namelijk sinds kort.
Op hele hoge
mooie hakken fietste ik vanaf de Albert Heijn naar huis. Het regende.
Ik deed de plastic tas om mijn zadel. Bij het oversteken van de
Overtoom moest ik stoppen. Er reden auto's over de weg en taxi's over
de tramrails.
Toen ik
dacht dat ik weer verder kon gaan, stapte ik op mijn fiets.
De tas over
m'n zadel was echter naar beneden gezakt. Mijn rechterpump duwde
resoluut de trapper naar beneden. Mijn linkerpump wilde hetzelfde
doen. Ineens voelde ik weerstand. En meteen daarop gevolgd,
instabiliteit. De hak van mijn linkerpump zat vast en kon de trapper
niet bereiken. WTF!
Mijn
hartslag ging drie keer zo hard. Mijn fiets wiebelde. De grond zag er
hard uit. Ik wil dit niet. IK WIL DIT NIET.
Maar ik zat
vast.
Gehaakt in
het lusje van de tas om m'n zadel. Er kwam een taxi aan met
aanzienlijke snelheid. Ik liet mijn stuur los en trok uit allemacht
aan de linkerschoen. De lus knapte. Ik stepte snel naar de stoep aan
de overkant. De taxi reed voorbij.
Pfiieuw. Dit
had verkeerd kunnen aflopen. Ik dacht aan het kleine hoekje en hoe
dat gaat.
Mijn
vriendje, al eerder overgestoken, had niets gemerkt. Niets van mijn
potentieel dodelijke val, niets van het kleine hoekje plastic dat mij
extreem onbenullig de das om had kunnen doen. In en rondom mijn huis.
Hij keek
naar mijn grote schrikogen. 'Hee schatje, gaat het?' zei hij.
M'n hart
klopte bizar hard. Ik voelde bloed rondgepompt worden met een
ongezonde snelheid.
Mijn fiets
en ik stonden aan de goede kant van de straat.
Ik zette
mijn rechterpump trillend op de grond.
Het ging.
Het ging zelfs goed.
Ik knikte.
