'Oh... het is wel ECHT hoog'
Mijn stem trilt toch een beetje. Ik kijk naar het karretje wat tergend langzaam omhoog getakeld wordt. De hele baan ziet er een beetje oud en lang niet betrouwbaar genoeg uit.
Moet ik daar in? Elke vijf minuten horen we gegil en het lawaai van een voorbijsuizende wagen.
Gelach. 'Ben je bang?' Helemaal niet. Misschien een klein beetje. Okee, het lijkt me 'niet zo chill'. Ik snap achtbanen sowieso niet. Staan we nu echt al een half uur in de rij om twee minuten compleet door elkaar geschud te worden?
Wat is daar nou de lol van. En er is een reden waarom zwangere vrouwen en kleine kinderen hier niet in mogen. Dat kan nooit goed zijn.
We hebben net een enorme tocht ondernomen om hier te komen. En we zijn zeker niet de enigen. Het laatste weekend van oktober, de seizoensafsluiter, een mooie zonnige dag - het is druk. Mensen overal. Leuke mensen, rare mensen, opvallend veel dikke mensen en heel erg veel kleine drukke schreeuwende mensen.
Om de honderd meter is een tentje waar je ongezond eten kan kopen.
Daar moesten we net nog om lachen.
Nu sta ik een beetje stil naast vriendje. Ik moet niet aan eten denken. Hoog en hard, niet mijn favoriete combinatie.
Ik veeg mijn handen af aan mijn broek. kijk stoer vooruit. Behendig neemt doktervriendje mijn pols op. 'Wel iets sneller...' grijnst hij.
Ja hallo, dit helpt niet.
We stappen in. Het rubberen gordelding trek ik strak aan. Veel te strak blijkt meteen, want ik word halfgewurgd door mijn sjaal onder de beugels. En eenmaal aangetrokken is er geen weg meer terug.
Ratelend gaan we omhoog. En dan... met een rotvaart naar beneden. En overdekop. En in een kurkentrekker, en nog een. Tot we aan het eind ineens een flits zien. Klaar.
Dat viel mee. Het was zelfs leuk!
Op de foto achteraf heb ik een grote grijns op m'n gezicht. Vriendje steekt zijn tong uit naar de camera. Zo geoefend ben ik nog niet.
Aan het eind van de dag en zes attracties verder staan we weer in een rij. De rij voor de auto's naar huis. Behalve het oefenen van mijn knipoog-in-achtbaan-look en veel lopen heb ik sprookjes verteld, koffie gedronken in de herfstzon en heel veel gelachen.
Het heet niet voor niets een pret-park.
zondag 1 november 2009
woensdag 21 oktober 2009
On the road
'Ik stond laatst op de tramhalte...'
Jiskefet- Debiteuren Crediteuren
Het openbaar vervoer.
Vaak een bron van ongenoegen. Soms niet. De keren dat ik te laat van huis ga en daardoor te laat aankom, is het de schuld van het openbaar vervoer. En dat ik vergeten ben om boodschappen te doen ook.
Terwijl de wekker onveranderd om half zeven begint te piepen en dagen gevuld lijken te zijn met zieke en zeurende mensen, wordt het 's ochtends steeds later licht.
Niet fijn. Helemaal niet.
Om zeven uur op de tramhalte in de Van Woustraat verbaas ik me iedere dag over de bedrijvigheid. Auto's razen langs de vluchtheuvel waar ik op sta, dappere moeders fietsen met kind voorop langs de stoep en ik ben vrijwel nooit de enige op de halte.
Aan de overkant stalt de baas van van-alles-winkel/slagerij 'Noord Afrika' alvast wat groenten uit. Wat moet hij een heimwee hebben naar de regionen waarnaar zijn winkel is vernoemd. Het is hier buiten donker, de temperatuur van een vrieskist en zo comfortabel als een nog natte handdoek na het douchen.
De tram komt eraan. Hoopvol bewegen de halfslapende forenzen richting de plek waar zij straks de deuropening vermoeden.
Grapje van het GVB: lijn 9 rijdt hier tergend langzaam langs, met het 'niet instappen' bordje af en toe wel en af en toe niet aan. En hij stopt nooit.
In de volgende tram eet ik snel een krentenbol. Tijd om te ontbijten is leuker in het weekend, en zin om om kwart over zes op te staan heb ik niet. Naast mij zit het meisje dat iedere dag haar make-up doet 'on the road'. Zeer behendig trekt ze een zwarte streep eye-liner boven elk oog. Kaarsrecht. Hatsikidee. Ik doe mijn eigen make-up loze ogen dicht en wordt pas weer wakker door de stem van de conductrice 'Dem skwer. Don't forget to check in and check out with your public-transport-chip-card'
Zo stil als het op de heenweg in tram en bus is, zo druk is het op de terugweg. Uit alle uithoeken komen mensen die zich al bellend in een tram wringen.
Levensverhalen worden door het gangpad geschreeuwd.
En dit is het moment waarop ik de tram leuker vind dan de fiets. Want ondanks alle drukte, hitte, stank en ergernis kan geen tv-programma op tegen de soap die ik dagelijks ongevraagd kan volgen.
Mandy is boos op Sanne die toen ze uitgingen ineens sjans had met de vriend van haar broer, waar zij stiekem verliefd op was, terwijl hij ook een vriendin heeft. 'Maar die woont in Thailand, dus dat telt niet'
De jongen met de nette wollen jas en suffe bril heeft iets goed te maken 'ik had niet gezien dat je gebeld had, anders had ik je natuurlijk meteen iets laten horen' - om na het ophangen tegen een vriend/collega te verzuchten 'jezus, hoeveel aandacht heeft iemand nodig?'
En het kleine jongetje in de kinderwagen ziet alles vanuit een ander oogpunt. Hij staart naar buiten en roept ineens 'Kijk! Kijk'. Zijn vingertje wijst door de gore ramen langs de bouwput van het rokin naar het water. 'Boot! Jaaaa, boot!'
Ik zie een rondvaartboot. Juichend kijkt hij naar z'n moeder. Over drie haltes zullen ze met veel moeite zich door naar een deur wurmen, terwijl hij zijn speen verliest. Of een schoentje. Of zijn lievelingsknuffel.
Ach ja. Ze kunnen altijd nog het openbaar vervoer de schuld geven.
Jiskefet- Debiteuren Crediteuren
Het openbaar vervoer.
Vaak een bron van ongenoegen. Soms niet. De keren dat ik te laat van huis ga en daardoor te laat aankom, is het de schuld van het openbaar vervoer. En dat ik vergeten ben om boodschappen te doen ook.
Terwijl de wekker onveranderd om half zeven begint te piepen en dagen gevuld lijken te zijn met zieke en zeurende mensen, wordt het 's ochtends steeds later licht.
Niet fijn. Helemaal niet.
Om zeven uur op de tramhalte in de Van Woustraat verbaas ik me iedere dag over de bedrijvigheid. Auto's razen langs de vluchtheuvel waar ik op sta, dappere moeders fietsen met kind voorop langs de stoep en ik ben vrijwel nooit de enige op de halte.
Aan de overkant stalt de baas van van-alles-winkel/slagerij 'Noord Afrika' alvast wat groenten uit. Wat moet hij een heimwee hebben naar de regionen waarnaar zijn winkel is vernoemd. Het is hier buiten donker, de temperatuur van een vrieskist en zo comfortabel als een nog natte handdoek na het douchen.
De tram komt eraan. Hoopvol bewegen de halfslapende forenzen richting de plek waar zij straks de deuropening vermoeden.
Grapje van het GVB: lijn 9 rijdt hier tergend langzaam langs, met het 'niet instappen' bordje af en toe wel en af en toe niet aan. En hij stopt nooit.
In de volgende tram eet ik snel een krentenbol. Tijd om te ontbijten is leuker in het weekend, en zin om om kwart over zes op te staan heb ik niet. Naast mij zit het meisje dat iedere dag haar make-up doet 'on the road'. Zeer behendig trekt ze een zwarte streep eye-liner boven elk oog. Kaarsrecht. Hatsikidee. Ik doe mijn eigen make-up loze ogen dicht en wordt pas weer wakker door de stem van de conductrice 'Dem skwer. Don't forget to check in and check out with your public-transport-chip-card'
Zo stil als het op de heenweg in tram en bus is, zo druk is het op de terugweg. Uit alle uithoeken komen mensen die zich al bellend in een tram wringen.
Levensverhalen worden door het gangpad geschreeuwd.
En dit is het moment waarop ik de tram leuker vind dan de fiets. Want ondanks alle drukte, hitte, stank en ergernis kan geen tv-programma op tegen de soap die ik dagelijks ongevraagd kan volgen.
Mandy is boos op Sanne die toen ze uitgingen ineens sjans had met de vriend van haar broer, waar zij stiekem verliefd op was, terwijl hij ook een vriendin heeft. 'Maar die woont in Thailand, dus dat telt niet'
De jongen met de nette wollen jas en suffe bril heeft iets goed te maken 'ik had niet gezien dat je gebeld had, anders had ik je natuurlijk meteen iets laten horen' - om na het ophangen tegen een vriend/collega te verzuchten 'jezus, hoeveel aandacht heeft iemand nodig?'
En het kleine jongetje in de kinderwagen ziet alles vanuit een ander oogpunt. Hij staart naar buiten en roept ineens 'Kijk! Kijk'. Zijn vingertje wijst door de gore ramen langs de bouwput van het rokin naar het water. 'Boot! Jaaaa, boot!'
Ik zie een rondvaartboot. Juichend kijkt hij naar z'n moeder. Over drie haltes zullen ze met veel moeite zich door naar een deur wurmen, terwijl hij zijn speen verliest. Of een schoentje. Of zijn lievelingsknuffel.
Ach ja. Ze kunnen altijd nog het openbaar vervoer de schuld geven.
maandag 21 september 2009
Te vroeg om te sloederen

Om vier uur 's ochtends opstaan omdat je vliegtuig naar Spanje om zeven uur vertrekt, dat is bijna leuk.
Het is iets anders om de trein van 6:51 uur te moeten halen voor je nieuwste coschap.
De tas met slippers en bikini's voelt fijn, ook al is hij zestien kilo (vijf bikini's en acht jurkjes zijn misschien toch overdreven voor zes dagen).
Mijn schoudertas met het KNO-boek erin weegt misschien 800 gram. Loodzwaar om half zeven op de fiets. Het is donker buiten en ijskoud.
Waar is de zon gebleven? En de siesta, en de wijntjes en tapas en alles?
Na een week vind ik KNO toch best leuk. Keel, neus en oor. Heel veel poli en mini-operaties. En die wekker om kwart voor zes, ach, dat went wel.
Dan is het vrijdag. Het is tijd voor het kinderprogramma op de operatiekamer.
Kinderen zijn de leukste patienten. Elke vierjarige met buisjes in de oren is om op te vreten.
Vandaag gaan we sluderen - spreek uit: sloederen. Vernoemd naar meneer Sluder, die deze techniek om kinderamandelen te 'knippen' heeft bedacht.
Het is tien over acht. Een engelachtig jongetje met blonde krullen van twee jaar oud wordt met een maskertje op in slaap gebracht.'Heb je goed gegeten, het is nogal bloederig' zegt de KNO-arts.
Hmmm. Ik was al gewaarschuwd en sta een beetje nerveus in mijn groene pakje te ademen in mijn plastic mondkapje.
Na vijf minuten wordt de peuter een beetje wakker. Dit is het moment. Als de kinderen te diep slapen, slikken ze al het bloed in hun verkeerde keelgat. Dan stikken ze en dat moeten we niet hebben.
Het jongetje wordt overeind gehesen door de anesthesist en we gaan beginnen.
Een klem -die niet zou misstaan in Saw part 5- wordt ruw in zijn mond geduwd. Hierdoor staat zijn mond wijd open. Zijn weggerolde ogen kijken me aan. Ik probeer me op het medisch gedeelte van deze operatie te concentreren. Wat een naar gezicht.
'Kijk, je kan de tonsillen goed zien'- ergens in de keel zie ik inderdaad twee rode bollen, formaat soepbal. Nu pakt de KNO-arts een apparaat wat nog het meest lijkt op een nietpistool met een ijzeren lus eraan.
Met een handig gebaar haakt hij de soepbal erin en draait drie keer rond. Ik word een beetje misselijk.
Met een ferme ruk trekt hij aan het pistool. In het ijzeren schaaltje wat ik vasthoud, ligt ineens de keelamandel. 'Gatverdamme' - ik zeg ineens hardop wat ik denk.
De arts lacht. Binnen twee seconden is ook de andere amandel bruut uit de keel getrokken. Nu zijn de neusamandelen aan de beurt. Met een scherp schraperding wordt er via de keel achterin de neus van het half-verdoofde jongetje gekrast. Knalrood bloed golft in zijn mond. Hij begint te hoesten en proest spetters over ons heen.
Mijn Barcelona-vakantie-bruin verbleekt. Terwijl ik opzij kijk, veeg ik snel wat bloed weg van de sproeten op mijn onderarm.
Het kleine ventje ligt inmiddels op zijn zij. Hij begint zacht te huilen, terwijl er stromen rood spul uit zijn neus en mond druipen.
Na een paar minuten ligt hij in zijn schone bedje op de uitslaapkamer. De waterijsjes liggen klaar. Voor de ouders klinkt het 'knippen' nog wel acceptabel. Zij hebben geen weet van de slachtpartij die ik net heb gezien. Ik ben geshockeerd.
Het is kwart over tien. Na drie keer sluderen ben ik er een beetje aan gewend. Die kindjes herinneren zich niets en zitten vrolijk tv te kijken als ik ze wakker zie.
Maar van mij mag het -als het dan toch moet- wel 's middags.
Dan kan ik nog even een siesta houden voor ik me voeg bij Team Horror.
zaterdag 5 september 2009
Soortesoorte
Cd van jou, cd van mij
cd van ons allebei...
Acda & de Munnik - De kapitein deel II
Na weken van verven en inpakken en slepen met meubels woon ik nu eindelijk in een ander huis. Samen. Dit is iets nieuws.
De afgelopen zeven jaar was alles in mijn huis van mij.
De bakken met onuitgezochte troep op de kast, de vier-dagen afwas, de stapel met een keertje gedragen kleren - maar niet schoon genoeg voor in de kast... van mij. En mij alleen.
En van mij alleen zijn heel erg veel spullen. Ik kan niet naar de Hema voor alleen een nieuwe gloeilamp. Ik kom terug met een tas vol dingen. In mijn kamer propte ik die spullen met moeite in de ene kast. En alles wat over was in de bakken die ik nog op ging ruimen.
Nu zijn er nieuwe kasten vol met spullen van ons samen. Het past helemaal niet, maar met een beetje goede wil kunnen er best zes stapels jurkjes op twee planken.
De afwas doen we braaf afwisselend. Of allebei niet. Het is bijzonder gezellig.
Maar na een dikke maand samenwonen moeten er nog steeds duizend dingen gebeuren. Er hangt een lange lijst met bovenaan 'HUIS - DOEN' op de koelkast.
Planken ophangen, gaten boren en enge elektrische dingen laat ik over aan de man des huizes.
Maar 'uitzoeken bakken' is wel echt iets voor mij. Ik houd van orde, reinheid en regelmaat. Sorteren is leuk. Toen ik drie jaar was, dacht ik dat het 'soortesoorte' heette - en toen al had ik een grote voorliefde voor etiketten plakken en in-hokjes-plaatsen. Barbies, lego, verzekeringspapieren - what's the difference?
Ik begin aan de stapels post. Medogenloos beslis ik wat belangrijk is en wat niet. Ik zit op de grond tussen brieven en spullen en maak stapeltjes. Brieven van Cordaan over de veranderingen in de zorg gaan zonder pardon in de vuilniszak, brieven van de belastingdienst gaan op jaar in een map. Ik markeer de verschillende jaren met gekleurde papiertjes. Er is geen grijs gebied.
Als de post gedaan is, is het tijd voor de bakken die uitgezocht moeten worden. Ongezien meeverhuisd heb ik er drie. Vriendje twee. Vijf bakken vol met veters, knopen, opladers van oude telefoons en allerhande frustsels.
Mijn liefde voor soortesoorte bekoelt met de minuut.
Na acht uur ben ik klaar. De vloer is weer leeg. Ik overzie het slagveld.
In de open kast staan bakjes met gesorteerde spullen. Heel veel bakjes.
In de bakjes staan de stille getuigen van jaren verzamelwoede. En niet alleen van mij.
Samen hebben wij onder andere 14 rollen plakband, 23 AA batterijen, 12 paar veters, 78 pennen, 5 veertig Watt lampen met kleine fitting, 9 oogpotloden en genoeg tampons voor iemand die vier maanden aaneengesloten ongesteld is. Als het wc-papier ooit opraakt zijn er in dit huis minimaal 5 pakken servetten aanwezig om toch zacht de billen te kunnen afvegen.
Verbaasd kijk ik naar de troep.
Wat moeten we bijvoorbeeld met het plakband?
Gelukkig is het over drie maanden Sinterklaas. Cadeautjes zijn er in overvloed. Ik heb meteen inspiratie:
Sint en Piet wisten niet
dat het bij jou zo donker was
dus hierbij vijf lampen
en 12 keer een limonade-glas
cd van ons allebei...
Acda & de Munnik - De kapitein deel II
Na weken van verven en inpakken en slepen met meubels woon ik nu eindelijk in een ander huis. Samen. Dit is iets nieuws.
De afgelopen zeven jaar was alles in mijn huis van mij.
De bakken met onuitgezochte troep op de kast, de vier-dagen afwas, de stapel met een keertje gedragen kleren - maar niet schoon genoeg voor in de kast... van mij. En mij alleen.
En van mij alleen zijn heel erg veel spullen. Ik kan niet naar de Hema voor alleen een nieuwe gloeilamp. Ik kom terug met een tas vol dingen. In mijn kamer propte ik die spullen met moeite in de ene kast. En alles wat over was in de bakken die ik nog op ging ruimen.
Nu zijn er nieuwe kasten vol met spullen van ons samen. Het past helemaal niet, maar met een beetje goede wil kunnen er best zes stapels jurkjes op twee planken.
De afwas doen we braaf afwisselend. Of allebei niet. Het is bijzonder gezellig.
Maar na een dikke maand samenwonen moeten er nog steeds duizend dingen gebeuren. Er hangt een lange lijst met bovenaan 'HUIS - DOEN' op de koelkast.
Planken ophangen, gaten boren en enge elektrische dingen laat ik over aan de man des huizes.
Maar 'uitzoeken bakken' is wel echt iets voor mij. Ik houd van orde, reinheid en regelmaat. Sorteren is leuk. Toen ik drie jaar was, dacht ik dat het 'soortesoorte' heette - en toen al had ik een grote voorliefde voor etiketten plakken en in-hokjes-plaatsen. Barbies, lego, verzekeringspapieren - what's the difference?
Ik begin aan de stapels post. Medogenloos beslis ik wat belangrijk is en wat niet. Ik zit op de grond tussen brieven en spullen en maak stapeltjes. Brieven van Cordaan over de veranderingen in de zorg gaan zonder pardon in de vuilniszak, brieven van de belastingdienst gaan op jaar in een map. Ik markeer de verschillende jaren met gekleurde papiertjes. Er is geen grijs gebied.
Als de post gedaan is, is het tijd voor de bakken die uitgezocht moeten worden. Ongezien meeverhuisd heb ik er drie. Vriendje twee. Vijf bakken vol met veters, knopen, opladers van oude telefoons en allerhande frustsels.
Mijn liefde voor soortesoorte bekoelt met de minuut.
Na acht uur ben ik klaar. De vloer is weer leeg. Ik overzie het slagveld.
In de open kast staan bakjes met gesorteerde spullen. Heel veel bakjes.
In de bakjes staan de stille getuigen van jaren verzamelwoede. En niet alleen van mij.
Samen hebben wij onder andere 14 rollen plakband, 23 AA batterijen, 12 paar veters, 78 pennen, 5 veertig Watt lampen met kleine fitting, 9 oogpotloden en genoeg tampons voor iemand die vier maanden aaneengesloten ongesteld is. Als het wc-papier ooit opraakt zijn er in dit huis minimaal 5 pakken servetten aanwezig om toch zacht de billen te kunnen afvegen.
Verbaasd kijk ik naar de troep.
Wat moeten we bijvoorbeeld met het plakband?
Gelukkig is het over drie maanden Sinterklaas. Cadeautjes zijn er in overvloed. Ik heb meteen inspiratie:
Sint en Piet wisten niet
dat het bij jou zo donker was
dus hierbij vijf lampen
en 12 keer een limonade-glas
dinsdag 18 augustus 2009
Eng

Griezelen is fijn. Eng, maar leuk.
Al in de middeleeuwen zaten mensen om een vuurkorf te luisteren naar griezelverhalen van de troubadours. Hofdames gilden het uit. De onthoofde ridder - hoeeeeiii!
Edgar Allen Poe. Dracula. Saw 1 tot en met 5.
Mensen vinden horror leuk. Het bevestigt even dat je zelf leeft, dat het fijn is dat al die spanning en goorheid aan jouw huis voorbijgaat.
En het is fascinerend. Seriemoordenaars, patroonherkenning. Er staat een volle plank in mijn nieuwe boekenkast met goedkope thrillers.
Ik ben geen uitzondering. Sensatiezucht, misschien. Maar series als Bones en Law & Order kunnen mij ontzettend gelukkig maken. Even lekker een uur spanning. Het forensisch onderzoek blijft boeiend. Deze blauwe plek is duidelijk een teken van stomp trauma - het klinkt me als muziek in de oren.
Dus solliciteerde ik voor een coschap binnen de forensische geneeskunde.
En ik kreeg de plek. Yes!
Vandaag was iedereen bij de introductie-bijeenkomst jaloers. Er was maar 1 plek. Die heb ik.
Hoera, moord & doodslag.
Maar vanaf morgen kan ik niet even snel doorspoelen zonder geluid bij 'enge stukjes'.
Ineens besef ik me dat meelopen met de gemeentelijk lijkschouwer misschien wel heel erg naar is.
Mijn coole beeld van de geweldige superspeurderdokter die het wel even allemaal oplost met DNA-bewijs en steekpatronen - het wordt echt.
En ik ben een beetje bang.
Want bloed op tv kleeft en stinkt niet.
Afschuwelijke verwondingen in een boek verdwijnen meteen als de wasmachine piept.
Back to reality.
Mijn mix van fascinatie en angst ga ik testen. Want ben ik een echte stoere dokter, of kan ik niet tegen de narigheid van de dood?
Ik vind het eng. En ook een beetje leuk.
Over twee weken is het lied van de troubadour uit. De komende dagen moet deze hofdame haar bijna geslaakte kreten voor zich houden. Er is geen kampvuur, alleen een witte tent.
We zullen zien.
donderdag 23 juli 2009
Eerste hulp

want you to take me to the H,
take me to the O,
want you to take me to the S,
take me to the P,
want you to take me to the I- T- A- L.
want you to take me to hospital
HOSPITAL
The Faint - Take me to the hospital
De Spoedeisende - ookwel Eerste - Hulp.
Chaos. Piepers gaan continue af en overal lopen en rennen mensen. Gordijn open, gordijn weer dicht. Bloed. Pijn.
De 'shock-room' is een kamer ingericht voor Erge Dingen. Hier worden mensen neergelegd op een harde plank als ze zijn binnengebracht met de ambulance of de trauma-helikopter.
Er staan apparaten om zo snel mogelijk ook binnenin de patient te kijken en als ze niet goed genoeg ademen, is er via een buisje in een paar seconden een rechtstreekse weg van het ademapparaat naar de longen.
Naast een anaesthesist en de assistent-neurologie kijk ik naar de man op de harde plank. Hij is tegen een auto aangefietst. Dat is geen goed idee.
Het is druk. Er staan minstens negen witte jassen om hem heen. Mijn taak is duidelijk. Kijken, kijken, niet aankomen en vooral: niet in de weg staan.
Dus dat doe ik, met tegenzin. Ik wil zelf wat doen!
Er worden plakkers op hem geplakt om zijn hart in de gaten te houden, iemand knijpt in een ballon en zijn kleren worden opengeknipt om te kijken of er niet ergens een grote verstopte wond zit.
Ondanks mijn passieve houding schiet de adrenaline door mijn lijf. Spannend!
Dit is pas echt wat dokters doen. Dichter bij ER en Grey's Anatomy kom ik niet.
Ik was even vergeten hoe leuk ik het vind op de eerste hulp. Maar nu weet ik het weer. Huppakee, actie.
Misschien moet ik voor ik echt kies wat ik ga worden, eerst maar een jaartje ervaring opdoen als Spoed-arts.
Maar, twee weken later, als we na een weekend feesten in Duitsland terugrijden over de Autobahn, staan ineens de auto's voor ons stil.
Op het nippertje schuift onze vriend en geweldige chauffeur ons voertuig schuin tussen een bus en de vangrail. Om ons heen vliegen de brokstukken door de lucht. We halen voorzichtig adem en zeggen even niets. Wij zijn okee. Gelukkig. Na een paar minuten durven we uit te stappen en rond te kijken.
Het is een ravage. Zo ver als we voor en achter ons kunnen zien staan verfrommelde auto's en groepjes verslagen mensen. Sommigen huilen. Ik lag net te slapen op de achterbank. Nu is ineens alles anders. Aarzelend komt de gedachte op. 'Doe iets! Jij vond de spoed toch zo leuk? Zie jij een ambulance? Kom op!'
Overal zie ik flitsen van Erge Dingen, maar nergens is een shockroom en iemand met de skills om te intuberen.
Nog trillend van de schrik klim ik achter een vriend aan over een kapotte auto, op weg naar een man die volgens zijn verhaal 'allemaal bloed ophoest'.
Mijn hele lijf verkrampt. Nee! Ik wil dit helemaal niet. Vanochtend lag ik om half negen pas in m'n tent. Ik ben niet voorbereid. Ik weet niet eens wat ik moet doen bij bloed hoesten. En hier zijn geen tien verantwoordelijke witte jassen om 'het beleid' mee te overleggen.
Met zo'n rustig mogelijk gezicht loop ik naar de meneer. Hij zit op de vangrail. Op de grond ligt een plasje bloed. In mijn beste Duits vraag ik wat er gebeurd is. Hij kan niet praten, maar is wel bij bewustzijn en hij haalt redelijk normaal adem. Hoera.
Zijn hysterische vrouw gilt in mijn oor, maar in de verte hoor ik sirenes. Wat een opluchting.
Ik laat het Duits maar zitten en zeg in het Engels dat ze allebei rustig moeten blijven en moeten wachten op de ambulance.
Volgende. Weer iemand die nog adem kan halen en wakker is. Okee. So far, so good.
En dan zit ik ineens op mn knieen naast een dubbelgevouwen Audi. Het dashboard zit in het rechterbovenbeen van de bestuurder. Ik kan niet zien wat eronder zit. Gatver.
Hij kreunt. Een beetje misselijk ben ik blij dat ik geen schaar heb om kleren open te knippen en op zoek te gaan naar wonden.
Niet bewegen en wachten tot er iemand komt die wel iets kan doen, is mijn advies. Ik wijs een omstander aan als 'wakkerhoud-verantwoordelijke' en laat ze alleen.
Onze auto moet aan de kant voor de ambulance. Snel stap ik in. En voorlopig stap ik niet meer uit. Ik kruip op de achterbank en ben behoorlijk teleurgesteld in mezelf.
Over een paar maanden ben ik dokter. En ik kan nog niets.
In kijken en niet aankomen ben ik inmiddels hartstikke goed.
Maar daar heeft buiten het ziekenhuis niemand wat aan.
Eerste hulp is helemaal niet zo leuk als je echt de eerste bent.
Nog een paar maanden om daar iets aan te doen.
donderdag 9 juli 2009
Vissen
You must say things like micturate, defaecate, intercourse
You can't say things like pissing, shitting and fuck
Although they're the same, although it's a pain,
you've got to use the Latin name
Amateur Transplants - Dorsal Hord Concerto
Na al onze training in Medisch Communiceren is het onwaarschijnlijk dat - van alle dingen die wij (bijna) dokters fout kunnen doen - dit nu juist fout gaat.
Met in ons hoofd de Latijnse geheimtaal en alle afkortingen (die per specialisme ook nog verschillen) proberen we naar de patient toe alles zo duidelijk mogelijk uit te leggen.
Rustig, helder en empatisch.
Lief, begrijpend en soms een beetje streng.
De onaardige arts die slecht nieuws binnen een minuut naar de familie schreeuwt en weer verdwijnt, is van een andere generatie.
Wij zijn met vele uren 'praat-les' new and improved. Wij kunnen het wel.
Wij zijn duidelijk, we leggen alles goed uit en kunnen kort en bondig ons verhaal vertellen.
Maar soms begrijpen wij dokters elkaar verkeerd.
Mijn beste vriendin is al dokter. Op de eerste hulp kreeg zij een telefoontje van een collega-dokter. De collega wilde een patient insturen. De patient was een gezonde jongeman die pijn had en bloed verloor vanuit een plek waar dat niet hoort.
Ze vertelde zijn medische voorgeschiedenis (blanco) en iets meer over de klachten. Ze voegde er aan toe dat de man het afgelopen weekend voor het eerst had gevist.
Mijn vriendin nam dit voor kennisgeving aan. Ze vroeg verder naar tekenen van infectie en darmkanker in de familie. Opnieuw herhaalde de collega dat de patient dit weekend voor het eerst had gevist.
Het was erg druk op de eerste hulp. Er lagen minstens vier patienten met verdraaide enkels, acute pijn in de buik en zeer waarschijnlijk een gebroken pols. Vriendin werd een beetje geirriteerd. Ze zag de man voor zich, op het strand, langs de sloot of in een bootje - met een hengel, wachtend tot 'ze gaan bijten'.
'Ik begrijp niet hoe dat relevant is' snauwde ze in de telefoon.
De collega reageerde fel: 'dat lijkt me HEEL relevant, dat heeft hij nooit eerder gedaan.'
Vriendin was er klaar mee. Geheel volgens de regels van de communicatie-lessen vroeg ze om specificatie: 'Hoe kan het feit dat hij dit weekend voor het eerst is gaan vissen nu relevant zijn voor bloedverlies per anum?'
Even hoorde ze niets.
Toen heel hard gelach en 'ik denk dat wel elkaar niet goed begrijpen... Ik bedoel ge-fist. Je weet wel, met een vuist in...'
Oh. Oooooh. Okee.
Met een rood hoofd en onbedwingbaar gegiechel zei vriendin, zogenaamd heel cool: 'Oh ja, dat is wel relevant.'
Hoe kunnen duizend gesprekstechnieken ons voorbereiden op professioneel reageren in dit soort situaties?
Het antwoord is duidelijk en helder - kort en bondig: dat kan niet.
Maar grappig is het wel.
You can't say things like pissing, shitting and fuck
Although they're the same, although it's a pain,
you've got to use the Latin name
Amateur Transplants - Dorsal Hord Concerto
Na al onze training in Medisch Communiceren is het onwaarschijnlijk dat - van alle dingen die wij (bijna) dokters fout kunnen doen - dit nu juist fout gaat.
Met in ons hoofd de Latijnse geheimtaal en alle afkortingen (die per specialisme ook nog verschillen) proberen we naar de patient toe alles zo duidelijk mogelijk uit te leggen.
Rustig, helder en empatisch.
Lief, begrijpend en soms een beetje streng.
De onaardige arts die slecht nieuws binnen een minuut naar de familie schreeuwt en weer verdwijnt, is van een andere generatie.
Wij zijn met vele uren 'praat-les' new and improved. Wij kunnen het wel.
Wij zijn duidelijk, we leggen alles goed uit en kunnen kort en bondig ons verhaal vertellen.
Maar soms begrijpen wij dokters elkaar verkeerd.
Mijn beste vriendin is al dokter. Op de eerste hulp kreeg zij een telefoontje van een collega-dokter. De collega wilde een patient insturen. De patient was een gezonde jongeman die pijn had en bloed verloor vanuit een plek waar dat niet hoort.
Ze vertelde zijn medische voorgeschiedenis (blanco) en iets meer over de klachten. Ze voegde er aan toe dat de man het afgelopen weekend voor het eerst had gevist.
Mijn vriendin nam dit voor kennisgeving aan. Ze vroeg verder naar tekenen van infectie en darmkanker in de familie. Opnieuw herhaalde de collega dat de patient dit weekend voor het eerst had gevist.
Het was erg druk op de eerste hulp. Er lagen minstens vier patienten met verdraaide enkels, acute pijn in de buik en zeer waarschijnlijk een gebroken pols. Vriendin werd een beetje geirriteerd. Ze zag de man voor zich, op het strand, langs de sloot of in een bootje - met een hengel, wachtend tot 'ze gaan bijten'.
'Ik begrijp niet hoe dat relevant is' snauwde ze in de telefoon.
De collega reageerde fel: 'dat lijkt me HEEL relevant, dat heeft hij nooit eerder gedaan.'
Vriendin was er klaar mee. Geheel volgens de regels van de communicatie-lessen vroeg ze om specificatie: 'Hoe kan het feit dat hij dit weekend voor het eerst is gaan vissen nu relevant zijn voor bloedverlies per anum?'
Even hoorde ze niets.
Toen heel hard gelach en 'ik denk dat wel elkaar niet goed begrijpen... Ik bedoel ge-fist. Je weet wel, met een vuist in...'
Oh. Oooooh. Okee.
Met een rood hoofd en onbedwingbaar gegiechel zei vriendin, zogenaamd heel cool: 'Oh ja, dat is wel relevant.'
Hoe kunnen duizend gesprekstechnieken ons voorbereiden op professioneel reageren in dit soort situaties?
Het antwoord is duidelijk en helder - kort en bondig: dat kan niet.
Maar grappig is het wel.
vrijdag 3 juli 2009
Krokodil
Dode krokodil op strand van Scheveningen
SCHEVENINGEN -
Wandelaars op het strand van Scheveningen troffen daar donderdagochtend wel iets heel bijzonders aan: een krokodil. Het is een raadsel hoe het dode dier op het strand is terechtgekomen, bevestigde een medewerker van Stichting Dierenambulance Den Haag vrijdag een bericht in het AD. ‘Toen wij de melding kregen, dacht ik eerst nog dat het over een opblaasbare krokodil ging.’
Het dier werd door de politie opgehaald en overgedragen aan de dierenopvang. De medewerker heeft geen idee waar de kaaiman aan is overleden. ‘We gaan ook geen sectie verrichten want dat kost veel geld. We zijn een stichting en moeten al ieder dubbeltje omdraaien.’
De opvang maakt niet dagelijks mee dat ze op pad gaan voor een reptiel. ‘Dit is wel een heel apart iets.’ De medewerker tast in het duister hoe het dier op het strand verzeild is geraakt ‘Het kan van alles zijn. Wie weet had iemand hem als huisdier en overleed de krokodil toen thuis. Wellicht werd het dier toen als grapje op het strand gelegd.’
Ja. Dat is een heel logische verklaring. Want er zijn echt veel mensen met een krokodil als huisdier en een vreemd gevoel voor humor.
SCHEVENINGEN -
Wandelaars op het strand van Scheveningen troffen daar donderdagochtend wel iets heel bijzonders aan: een krokodil. Het is een raadsel hoe het dode dier op het strand is terechtgekomen, bevestigde een medewerker van Stichting Dierenambulance Den Haag vrijdag een bericht in het AD. ‘Toen wij de melding kregen, dacht ik eerst nog dat het over een opblaasbare krokodil ging.’
Het dier werd door de politie opgehaald en overgedragen aan de dierenopvang. De medewerker heeft geen idee waar de kaaiman aan is overleden. ‘We gaan ook geen sectie verrichten want dat kost veel geld. We zijn een stichting en moeten al ieder dubbeltje omdraaien.’
De opvang maakt niet dagelijks mee dat ze op pad gaan voor een reptiel. ‘Dit is wel een heel apart iets.’ De medewerker tast in het duister hoe het dier op het strand verzeild is geraakt ‘Het kan van alles zijn. Wie weet had iemand hem als huisdier en overleed de krokodil toen thuis. Wellicht werd het dier toen als grapje op het strand gelegd.’
Ja. Dat is een heel logische verklaring. Want er zijn echt veel mensen met een krokodil als huisdier en een vreemd gevoel voor humor.
vrijdag 26 juni 2009
What women want
Een zonnige vrijdagavond.
Op de hoek van de Jacob Israelkade staat een jongen met een grote bos krullen en een skinny jeans enthousiast te zwaaien.
'Ik zag je de hele tijd al aan komen fietsen!' roept hij.
'Ik jou ook!' roept zijn vriend die uit de andere richting komt. Door zijn grote zwarte zonnebril, bijzonder goed gestylede schuine pony en extreem hippe outfit vermoed ik dat hij mode ontwerpt. Ofzo. Studio 80 is gebouwd voor dit soort leuke jongens.
Hij springt van zijn fiets en huppel-loopt naar zijn vriend toe.
Het is net een scene uit een romantische film. Wat schattig.
Ik verwacht een zoen, maar ze doen een boks-handshake en kloppen elkaar stoer op de schouders. 'Hee man!' klinkt het in koor.
Oh. Metro-mannen, besluit ik. Het macho-tijdperk is voorbij, en niet alle lieve jongen zijn meteen homo. Die vooroordelen van mij ook.
In mijn straat fietsen ze ineens achter me.
'... en toen was ze ineens ongesteld.' 'Ja, grappig, Josefien is ook net ongesteld geworden.'
Huh? Onbeschaamd luister ik hun conversatie af. Ze praten hard genoeg.
'Ja dat doen ze samen.' 'Maar Josefien was toch net ongesteld?'
'Nee, eerst was ze ziek en nu is ze ongesteld.'
Ik zeg nooit zo vaak in tien seconden 'ongesteld'. Getver.
De jongens fietsen nu naast me.
'... ja, dat vind ik echt zielig voor Pim. Ze kan niet aan de pil. Hormonen enzo.'
'Waarom neemt ze dan geen spiraal?' 'Dat is echt kut man, een spiraal.'
'Ja, maar dit is elke maand kut, wat zou je liever willen?'
Ze steken over. Verbijsterd vraag ik me af waar ik net naar luisterde.
Was dit wat de feministen in de jaren '70 voor ogen hadden?
Begrijpende, aardige, goedgeklede jongens van nog geen twintig die nadenken over meisjesproblemen.
Ja, dat klinkt goed.
Maar dat ze daar onderling op deze manier over praten...
Moet dat nou?
Is het niet te ver gekomen?
Ik zie het ineens voor me.
Josefien – nietsvermoedend in het Vondelpark, rinkelende oorbellen, vrolijk jurkje, stokbrood en fles rose op haar picknickkleed – gaat naar de wc. Begrijpende blikken van haar vriend en zijn male-buddies.
'Ach gossie, ze is ongesteld.' Ze denken het allemaal.
Ik hoop maar dat een van de over-invoelende mannen dan ook zo wijs is om iets te zeggen in de trant van 'Lekkere billen' als ze wegloopt.
Op de hoek van de Jacob Israelkade staat een jongen met een grote bos krullen en een skinny jeans enthousiast te zwaaien.
'Ik zag je de hele tijd al aan komen fietsen!' roept hij.
'Ik jou ook!' roept zijn vriend die uit de andere richting komt. Door zijn grote zwarte zonnebril, bijzonder goed gestylede schuine pony en extreem hippe outfit vermoed ik dat hij mode ontwerpt. Ofzo. Studio 80 is gebouwd voor dit soort leuke jongens.
Hij springt van zijn fiets en huppel-loopt naar zijn vriend toe.
Het is net een scene uit een romantische film. Wat schattig.
Ik verwacht een zoen, maar ze doen een boks-handshake en kloppen elkaar stoer op de schouders. 'Hee man!' klinkt het in koor.
Oh. Metro-mannen, besluit ik. Het macho-tijdperk is voorbij, en niet alle lieve jongen zijn meteen homo. Die vooroordelen van mij ook.
In mijn straat fietsen ze ineens achter me.
'... en toen was ze ineens ongesteld.' 'Ja, grappig, Josefien is ook net ongesteld geworden.'
Huh? Onbeschaamd luister ik hun conversatie af. Ze praten hard genoeg.
'Ja dat doen ze samen.' 'Maar Josefien was toch net ongesteld?'
'Nee, eerst was ze ziek en nu is ze ongesteld.'
Ik zeg nooit zo vaak in tien seconden 'ongesteld'. Getver.
De jongens fietsen nu naast me.
'... ja, dat vind ik echt zielig voor Pim. Ze kan niet aan de pil. Hormonen enzo.'
'Waarom neemt ze dan geen spiraal?' 'Dat is echt kut man, een spiraal.'
'Ja, maar dit is elke maand kut, wat zou je liever willen?'
Ze steken over. Verbijsterd vraag ik me af waar ik net naar luisterde.
Was dit wat de feministen in de jaren '70 voor ogen hadden?
Begrijpende, aardige, goedgeklede jongens van nog geen twintig die nadenken over meisjesproblemen.
Ja, dat klinkt goed.
Maar dat ze daar onderling op deze manier over praten...
Moet dat nou?
Is het niet te ver gekomen?
Ik zie het ineens voor me.
Josefien – nietsvermoedend in het Vondelpark, rinkelende oorbellen, vrolijk jurkje, stokbrood en fles rose op haar picknickkleed – gaat naar de wc. Begrijpende blikken van haar vriend en zijn male-buddies.
'Ach gossie, ze is ongesteld.' Ze denken het allemaal.
Ik hoop maar dat een van de over-invoelende mannen dan ook zo wijs is om iets te zeggen in de trant van 'Lekkere billen' als ze wegloopt.
dinsdag 16 juni 2009
Eilandheimwee
Hello my love
It's getting cold on this island
I'm sad alone
I'm so sad on my own
Koop- Koop Island Blues
Amsterdam is heerlijk. Vooral in de zomer.
Terras, Vondelpark en de Amstel altijd binnen handbereik.
Ik wil er nooit meer weg.
Ik wil er eigenlijk gewoon nooit weg.
Naar Utrecht is een wereldreis - ver van de eigen grachten, en je moet zelfs met de trein.
Hetzelfde geldt voor Haarlem, Zandvoort, Rotterdam en eigenlijk ook voor Badhoevedorp (ook al kan dat met de bus, of op de fiets).
Ik voel me fijn op m'n eigen eiland, midden in de stad.
Wie heeft een rijbewijs nodig als er fietsen zijn?
Alles wat ik wil, en meer dan dat. Op loopafstand.
Mijn OV-kaart zit het lekkerst in mijn portemonnee, ongebruikt, warm tussen pinpas en bonnetjes van de H&M.
Maar soms moet ik toch de hort op. Niet omdat ik zo nodig de wereld moet ontdekken. Helemaal niet.
Omdat vriendje en vriendinnen zo graag op een ander eiland aan hun carriere willen werken.
Omdat Amsterdam niet meer zo mooi is, als zij er niet zijn.
Na een lange lange reis kom ik aan. Tussen de schapen en weilanden is daar vriendin Maren met salade en witbier en heel veel verhalen over Tanzania en New York. 's Nachts slaap ik naast vriendje in zijn schattige huisje.
's Ochtends, wakker door het geluid van koerende duiven, ontbijten we samen in de zon.
De volgende dagen fiets ik op een rode mountainbike door de duinen.
Volstrekt willekeurig neem ik afslagen. Als het leuk klinkt, ga ik er naar toe. Verder is hier toch niets te doen.
Op zoek naar 'Fonteinsnol' leg ik kilometers af. Tussen de open vlaktes maak ik af en toe een foto.
Water, wolken, zand en heel veel leegte. Alleen is hier anders alleen dan in de stad.
Mijn telefoon heeft geen bereik bij het strandhuisje. Alleen ben ik, met de golven, meeuwen en zonsondergang.
Samen met vriendje - de zomerdokter van Texel -, en met prosecco en olijven en windkracht 5.
Na het weekend heb ik spierpijn van het fietsen, zand in al mijn kleren, duizend extra sproeten en erg weinig zin in Amsterdam.
Vandaag moest ik weer werken. Na vijf dagen stilte vond ik het wel erg druk.
Hier is geen plek voor 'dan maar de andere kant op' als je niet verder kan fietsen. Hier heb ik een doel.
En nu heb ik dus heimwee. Ik ben alleen thuis. Op zich geen probleem.
Maar mijn eigen eiland, vol met gezelligheid, drukte en afspraken, het is niet meer genoeg.
De zon is warmer na een dag door de modder scheuren. Stokbrood is lekkerder met een hap zand.
Vis smaakt beter vlakbij de zee.
Vriendje is het fijnst dicht bij mij.
Ik vind het niet leuk meer.
Het regent hier. Kom maar gauw weer terug.
Abonneren op:
Berichten (Atom)