Who put
the dog in the dog house
You did
baby, you did
The crash
test dummies – Keep a lid on things
Het is
maandagochtend. Al voor het officiele begin van de dag heb ik drie
mensen gezien. En het blijft zo doorgaan. Ik heb wel een agenda, maar
het concept 'inloopspreekuur' spreekt blijkbaar meer aan.
Dan word ik
gebeld. Of ik straks even langs wil komen.
Meneer B.
'is niet goed geworden'. Meer informatie krijg ik niet. De
telefoniste denkt dat het geen absolute spoed is.
Natuurlijk
wil ik dat. Ik kom er zo aan. Ik wilde alleen dat mensen soms wat
duidelijker waren, dat ik weet wat me te wachten staat. En dat ik
daar dan op kan reageren. 'Een grote vieze wond' hoor ik liever dan
'ik heb me vorige week gestoten en nu heb ik een plekje'.
Duidelijkheid.
Spijkers met koppen. Grenzen zijn goed. Enzovoort.
Na dertig
patienten is het spreekuur afgelopen. Ik heb honger, dorst en zin om
op de onderzoeksbank te gaan liggen. Heel even maar.
'Kom op,'
spoor ik mezelf aan, 'eerst die visite en daarna mag je lunchen.'
Ik ga naar
het huis van de familie B.
Mevrouw doet
open. Achter haar staat een klein hondje heel hard te blaffen. Hij
springt meteen tegen mijn laars aan met fel gegrom. Ik trek mijn
wenkbrauwen naar hem op. 'Hij doet niets hoor' zegt zijn baasje.
Jaja. Dat zal wel.
Ik schud het
hondje van mijn schoen, groet de familie en loop door naar de
slaapkamer. Meneer B ligt er inderdaad niet lekker bij. Hij heeft
overal pijn, koorts en bij onderzoek vind ik aanwijzingen voor een
ontsteking.
Hij moet
naar het ziekenhuis. Ik vul de papieren in, bel met de eerste hulp en
regel een ambulance.
Het hondje
zit inmiddels continue grommend ook op het bed, naast de patient.
Ik wil nog
even de bloeddruk meten, maar bij elke beweging hapt een klein
monstertje naar mijn arm. 'Hij doet niks' hoor ik nog drie keer.
De patient
niet, nee. Die ligt bijzonder ziek te zijn in bed. Het hondje doet
echter van alles.
Ik vraag of
ze hem even in een andere kamer wil doen. Liever niet, is het
antwoord. Het is ook het huis van het hondje. Verbluft kijk ik haar
aan.
Ik besluit
hier maar verder niet op in te gaan. Laat ik maar doen waarvoor ik
ben gekomen, ik ben de Dog Whisperer niet. Negeren kan je leren, dus
ik ga maar stoicijns door.
Het hondje
grijpt zijn kans en springt op de grond, om daar meteen in mijn laars
te bijten.
Ik krijg hem
twee keer los en dan springt hij naar mijn kuit. Okee. That's it.
Ik
voel me een gemene rotdokter, maar zeg het toch.
Duidelijkheid is
fijn. Grenzen zijn goed.
'Als hij me
echt bijt, geef ik hem ook echt een schop.' Dit is waarschijnlijk de
grofste opmerking die ik ooit gemaakt heb tegen een familielid.
Mevrouw knikt. Ze snapt het. Mijn geduld is op.
Het hondje
wordt opgesloten in de badkamer. Mijn patient wordt opgenomen.
Als ik
wegga, word ik bedankt door mevrouw. Ze vindt me een 'lieve dokter'
en ik was ook zo begripvol. Want van de eigen dokter en 'die van de
post' moet het hondje altijd in zijn bench – ze gebaart naar een
kooi die blijkbaar in de woonkamer staat – 'en dat vind ik zo
ongezellig'.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten