maandag 13 augustus 2012

Duidelijkheid



Who put the dog in the dog house
You did baby, you did

The crash test dummies – Keep a lid on things

Het is maandagochtend. Al voor het officiele begin van de dag heb ik drie mensen gezien. En het blijft zo doorgaan. Ik heb wel een agenda, maar het concept 'inloopspreekuur' spreekt blijkbaar meer aan.
Dan word ik gebeld. Of ik straks even langs wil komen.

Meneer B. 'is niet goed geworden'. Meer informatie krijg ik niet. De telefoniste denkt dat het geen absolute spoed is.
Natuurlijk wil ik dat. Ik kom er zo aan. Ik wilde alleen dat mensen soms wat duidelijker waren, dat ik weet wat me te wachten staat. En dat ik daar dan op kan reageren. 'Een grote vieze wond' hoor ik liever dan 'ik heb me vorige week gestoten en nu heb ik een plekje'.

Duidelijkheid. Spijkers met koppen. Grenzen zijn goed. Enzovoort.

Na dertig patienten is het spreekuur afgelopen. Ik heb honger, dorst en zin om op de onderzoeksbank te gaan liggen. Heel even maar.
'Kom op,' spoor ik mezelf aan, 'eerst die visite en daarna mag je lunchen.'
Ik ga naar het huis van de familie B.

Mevrouw doet open. Achter haar staat een klein hondje heel hard te blaffen. Hij springt meteen tegen mijn laars aan met fel gegrom. Ik trek mijn wenkbrauwen naar hem op. 'Hij doet niets hoor' zegt zijn baasje. Jaja. Dat zal wel.

Ik schud het hondje van mijn schoen, groet de familie en loop door naar de slaapkamer. Meneer B ligt er inderdaad niet lekker bij. Hij heeft overal pijn, koorts en bij onderzoek vind ik aanwijzingen voor een ontsteking.
Hij moet naar het ziekenhuis. Ik vul de papieren in, bel met de eerste hulp en regel een ambulance.
Het hondje zit inmiddels continue grommend ook op het bed, naast de patient.
Ik wil nog even de bloeddruk meten, maar bij elke beweging hapt een klein monstertje naar mijn arm. 'Hij doet niks' hoor ik nog drie keer.
De patient niet, nee. Die ligt bijzonder ziek te zijn in bed. Het hondje doet echter van alles.

Ik vraag of ze hem even in een andere kamer wil doen. Liever niet, is het antwoord. Het is ook het huis van het hondje. Verbluft kijk ik haar aan.
Ik besluit hier maar verder niet op in te gaan. Laat ik maar doen waarvoor ik ben gekomen, ik ben de Dog Whisperer niet. Negeren kan je leren, dus ik ga maar stoicijns door.
Het hondje grijpt zijn kans en springt op de grond, om daar meteen in mijn laars te bijten.

Ik krijg hem twee keer los en dan springt hij naar mijn kuit. Okee. That's it. 
Ik voel me een gemene rotdokter, maar zeg het toch. 
Duidelijkheid is fijn. Grenzen zijn goed.

'Als hij me echt bijt, geef ik hem ook echt een schop.' Dit is waarschijnlijk de grofste opmerking die ik ooit gemaakt heb tegen een familielid. Mevrouw knikt. Ze snapt het. Mijn geduld is op.
Het hondje wordt opgesloten in de badkamer. Mijn patient wordt opgenomen.

Als ik wegga, word ik bedankt door mevrouw. Ze vindt me een 'lieve dokter' en ik was ook zo begripvol. Want van de eigen dokter en 'die van de post' moet het hondje altijd in zijn bench – ze gebaart naar een kooi die blijkbaar in de woonkamer staat – 'en dat vind ik zo ongezellig'.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten