zaterdag 30 juni 2012

Slonzig

(...)
Beetje beschermen tegen schurken
En plaats maken voor al haar prinsessenjurken
gemaakt van chique, luxe zijn d'r patronen
ze kan never niet goed voor de dag komen

Een echte – Faberyayo

Op weg naar de supermarkt slenter ik over de Overtoom. Het is zaterdag, eind van de middag. Het huis is opgeruimd, ik heb gestudeerd en rijles gehad. Gisteren waren er vrienden eten en wijn drinken. Het was gezellig, maar ik ben wel een beetje moe. Vrolijk neurie ik mee met het liedje over de echte prinses. Dan zie ik mezelf in de ruit van de fietsenmaker.

Hmm. Ik zie er best slonzig uit. Een oud en niet al te flatteus roze H&M-hemdje boven een versleten wijde spijkerbroek, een veeg mascara onder mijn linkeroog en haar dat allang gewassen had moeten worden. Niet echt prinses-achtig.
Volgende keer een iets elegantere outfit aan, spreek ik mezelf even toe. En vijf kilo afvallen, dat ook. Hoewel het maar de supermarkt is, je weet nooit wie je tegenkomt.
Wie weet wat mensen denken, misschien wel: 'zielig, dat dit meisje zo over straat gaat'
Het begint te regenen dus ik steek snel over. Gelukkig ben ik er al bijna.

Een wonderlijk schepsel blokkeert echter de ingang. Een dikke mevrouw van middelbare leeftijd staat met haar hondje voor de deur. Ze heeft een gekreukelde bonusfolder in haar hand en kijkt angstig om zich heen. Ze heeft een turquoise tshirt met palmbomen aan. Het hondje heeft een bijpassend doekje om. Op haar natte haren zit een knalgroene koptelefoon met een losbungelend snoer.
Telkens als ik haar wil passeren doet ze een stap opzij, zodat ik er net niet langs kan.
Noodgedwongen en nu ook nieuwsgierig bekijk ik haar nog eens goed.

Ze zet de beschreven folder terug in het rek en pakt een nieuwe. Die frommelt ze snel in haar beige buiktasje. Haar haar is bij nader inzien niet alleen nat, maar ook vol zeep. De schuimklodders zitten nog achter haar oren. Het lijkt alsof ze in paniek weggevlucht is onder de douche of bij een kapper.
Ze heeft een vieze legging en twee verschillende schoenen aan. Het hondje blaft, ze kijkt op en ziet mij naast haar staan. Ze schrikt.
Ze grist nog even een Allerhande mee, duwt tegen een fiets naast de ingang en loopt snel weg. Er drupt zeepwater in haar t-shirt. Ik vind haar raar. En heel zielig.
Ik vraag me af waar ze naar toe gaat. Ik hoop naar een lieve huisgenoot of familielid die haar geruststelt, haar haren uitspoelt en haar iets lekkers uit de bonusfolder voorzet.

Nou ja. Met een blauw mandje in mijn hand loop ik de supermarkt in.
Bij de frisdranken pakt een jongen van mijn leeftijd met vet haar, wallen en een joggingbroek vol vlekken drie flesjes Aquarius uit het rek. In zijn mandje ligt een pizza en een pak waterijsjes. Hij kijkt opzij en ik knik hem begrijpend toe.
Slonzig mag op zaterdagmiddag. En prinsessen hebben heus niet altijd een mooie jurk aan. Zielig is iets heel anders. 

maandag 25 juni 2012

Cape town


You don't need a holiday, you need Cape Town
- slogan op het vliegveld van Kaapstad


This book is dedicated to my township and yours 
- Young Blood by Sifizo Mzobe


Vakantie. Na acht maanden diagnostiek van alledaagse klachten ben ik hier zo aan toe. Met een tas vol zomerjurkjes vertrek ik naar Zuid-Afrika. Naar Kim en Marleen, naar Kaapstad.
Met een hoofd vol verwachtingen (Zon! Zee! Strand!) en wijze adviezen (gevaarlijkste stad ter wereld, niet met vreemden praten en ga vooral NIET naar de townships) zit ik achterin het vliegtuig. Er is dusdanig veel turbulentie dat ik me op een gegeven moment afvraag of bij Lost nou juist het voorste of achterste deel van het vliegtuig de meeste overlevenden bevatte.

Het valt mee. Ik kom veilig aan. En daar zijn Kim en Marleen, en hun fijne huis op Bredastreet. Het regent, dat wel. Maar door de mist zie ik de Tafelberg. En Lion's head. En de volgende dagen de rest van de stad. Wat is het hier mooi en niet eng. Okee, voor de winkeltjes in Long Street zit een hek. Je moet aanbellen om naar binnen te mogen. Dat voelt raar, want het is misschien op straat dus gevaarlijk. Voor mij is het binnen veel gevaarlijker. Mijn creditcard en ik willen zoveel mogelijk designerjurkjes en hysterische leggings hebben. Oh en warme spullen, want het is hier koud ('cognitieve dissonantie' zegt Kim op het terras van ons nieuwste lunchtentje: 'aan jezelf verantwoorden waarom je bepaalde zaken moet kopen, net zolang tot het goed is').

En er zijn musea, restaurants, uitzichtpunten, eindeloze wandelingen door de stad, dagtrips naar Camps Bay en Kaap de Goede Hoop en soms is er 's avonds ineens een 'bank-hang-Grey's-Anatomy' avond.
Er is zoveel te zien en te doen. Ik voel me vrij en heel veilig. Hardlopen in mijn eentje langs een waterreservoir, praten met vreemden en 's avonds op stap met dodo Amber, alles kan. Het is heel makkelijk om me in een toeristen-bubbel te wanen. Ik zie alleen maar leuke en gezellige mensen en mooie plekken.

En toch. Deze stad is niet voor niets 'gevaarlijk'. Als je maar iets buiten het centrum bent, rijd je over de snelweg langs duizenden golfplaten-hutjes. In mijn eerste week in Kaapstad gaan we naar een braai in de townships. Iedereen is aardig, er is muziek, drank en veel vlees. Er wordt uitbundig gedanst. En dat wij de enige blanken zijn maakt niets uit. Het valt wel op, dat wel. Onze vriend en gids laat ons plekken zien waar verzetsstrijders stierven, waar blanke Amerikanen de dood vonden omdat ze op een verkeerde plek waren. Wij zwijgen.

Apartheid is niet te vertalen naar het Engels. In de Kaapse bubbel lijkt het niet te bestaan, maar het is onderdeel van de geschiedenis, van dit land. Kaapstad is prachtig. Vriendelijk en zachtaardig. Maar er staan wel overal hekken. En er zijn townships, waar mensen niets hebben en dus niets te verliezen hebben.

Zolang als we dat onthouden, en de bubbel herkennen, en de stad zien in al haar schoonheid en wel naar de townships gaan. Dan hebben we geen vakantie meer nodig, Dan hebben we Kaapstad nodig. Om thuis het weer te missen en onze vrijheid te vieren.