maandag 4 maart 2013

Kroket


Het is eigenlijk nog heel koud. Ik blaas wolkjes de grijze lucht in. Maar het is wel licht. En ik fiets op een tijdstip waarop normale mensen dat ook doen door mijn eigen park.
Met nog honderden anderen.  Fietsen naar je werk, supergezond!
En die afsluiting van die brug, waardoor ik om moet fietsen, dat is een afsluiting over mijn rivier. Na een klein halfuurtje zet ik mijn fiets neer, vlak naast het fietsenrek, naast het ziekenhuis.

En dan kan ik weer eens opnieuw beginnen. Tradities en geboden leren kennen van de afdeling. Een witte jas regelen. Een pasje.
De dame van de jassen geeft mij heel optimistisch maat xxsmall. Het past. Zo’n beetje.
Ik draai een rondje in de loeistrakke witte jas en besluit dat ik hiermee iets anders uitstraal dan ik wil.
‘Doe maar een maat groter’ zeg ik,  ik moet als dokter natuurlijk ook nog zeshonderd ondergekalkte blaadjes en een telefoon en pennen en een mueslireep in die jas kunnen verstoppen.

Voor het pasje moet ik op de foto. Een vrolijk meisje met lange losse haren prijkt naast het ‘Arts in opleiding tot specialist’.  Cool zeg.  Een pasje met foto aan mijn witte jas. Dat hadden we in de huisartspraktijk niet.
Vol vertrouwen loop ik de verkeerde kant op in het mij nog onbekende ziekenhuis. Hmmm. P4, vleugel D, waar ben ik? Iets minder zelfverzekerd vraag ik aan de schoonmaker de weg naar mijn nieuwste werkplek. Hij grijnst. ‘Is makkelijk, daarheen.’

En dan zit ik vandaag de hele dag op een krukje naast de dokter. En in sommige kamers is geen krukje. Dus leun ik dan semi-nonchalant tegen de behandeltafel. En ik mag kijken, maar niets doen en vooral niet teveel vragen stellen.  Ik doe m’n best om op te letten, maar mijn buik knort en die mueslireep zit nog in m’n tas. Na het ochtendspreekuur vraag ik aan de arts-assistent wanneer we gaan lunchen. ‘Ik ga niet lunchen, ik ga m’n poli voorbereiden’ zegt hij. Oh. ‘Maar ga vooral.’

En dat doe ik. Ik heb boterhammen mee, maar ik ga wel even een Optimel halen. Ofzo.
Na drie keer verkeerd lopen (alweer! Hoe moeilijk is het?) sta ik in het restaurant tussen alle andere witte jassen en groene OK-pakjes. ‘Schiet op, anders zijn er geen kroketten meer’ zegt achter mij een meisje tegen haar vriendin. Ik heb geen idee van welk specialisme ze zijn en het restaurant is vol. Gefrituurde dingen zijn alleen geschikt als eten op zaterdagmiddag na het uitgaan. Ik denk aan mijn gezondheidsmedaille van vanochtend en aan mijn nu dus te wijde witte jas.
Uit baldadigheid neem ik de een-na-laatste kroket. Ik zit aan een hoekje van een lange tafel op een wiebelstoel en voel me alsof ik aan de tafel van de nerds zit in een Amerikaanse high-school-film. En deze nerds zijn niet eens mijn vrienden. Gelukkig heb ik mijn kroket om me op te concentreren.

De middag poli is eigenlijk best gezellig. De zon schijnt naar binnen. En ik kan me steeds voorstellen als ‘dokter’, wat het krukje al een stukje beter maakt.
En dan fiets ik terug naar huis. Met een zonnebril op.
Over de Amstel, door het Vondelpark. Morgen is een nieuwe dag. En overmorgen weer.

En ik kan deze week afspreken met mijn al vrienden, meteen na schooltijd.
Hoera.
Hoera voor Amsterdam, hoera voor mijn nieuwe werk en hoera voor de kroket op de eerste maandag van de maand.
Elke traditie is ooit eens bedacht door iemand die hem nodig had op een zeker moment.