donderdag 18 oktober 2012

Boys Noize


My moon, my man (6X)
My moooooon my moon, my man
(...)
Take it slow, take it easy on me
Shed some light
Shed some light on me please

Feist – My Moon, My Man (boys noize remix)

'My moon, my man'. Er is een remix van. Door Boys Noize. Jongens die lawaai maken en een feestje kunnen bouwen. Ik wilde dat ik naar het Amsterdam Dance Event kon. Maar dat mag niet. Want ik moet leren. Ik moet lezen en boeken bestuderen die ik volplak met gekleurde blaadjes. Alsof ik het dan wel onthoud.

Feist zingt (zonder mix) zachtjes in mijn woonkamer over sterren en dromen en mannen. Ik kan haar alleen niet goed horen.
Er is namelijk een verbouwing aan de gang twee huizen verderop. En tegenover mijn huis is een garage. Waar ze werken aan klassieke auto's en motoren. En er is een creche.

Normaal gesproken ben ik niet thuis overdag. Dan werk ik. Maar deze week moet ik studeren. En dus heb ik eerst mijn kledingkast uitgeruimd, een lamp opgehangen, duizend potjes Rumble gespeeld en uitgebreid in bad gezeten. Studie-ontwijkend-gedrag.
Maar nu heb ik een boek en markers en pennen en een laptop voor me.
Studeren, hatsee.

Het lukt niet. Zelfs met de ramen dicht hoor ik de radio van de bouwvakkers beter dan mijn eigen lome achtergrondmuziek. Soms zingen ze mee.
De garage test auto's voornamelijk door ze heel hard te laten loeien. VROOOAAARHHH. Hij doet het! Dit moet zes keer herhaald worden om het zeker te weten.

Wat is het onrustig hier in de buurt. Ik wist het niet. Tot vandaag. Zuchtend doe ik een derde boek open en besef me ineens dat de wc ook schoongemaakt moet worden. Dat ga ik dan wel eerst even doen.

Om twee uur is het stil. Ik vermoed dat de mannen om mij heen die lawaai maken schafttijd hebben.
Tot tien over twee. Want dan breekt er een gevecht uit tussen 'de slechten' en 'de goeien'. De vier jongetjes op het pleintje naast mijn huis hebben de rollen en zwaarden verdeeld. Ze zijn een jaar of vier. De moeder in charge schreeuwt af en toe bemoedigend dat ze lief moeten zijn voor elkaar. Maar dat zijn ze niet. Dus wordt het brullen. 'I-hihik vind jouwwww gemeeeeeen'.
Dat krijg je ervan.

Ik probeer me te concentreren op ACE-remmers. En op de regels over kinderen met koorts. Ik moet ze insturen als ze jonger zijn dan 3 maanden.

Ik wil alle kinderen vanaf mijn pleintje insturen, naar een plek waar ze voorlopig niet worden losgelaten. En ik wil dat auto's het vanzelf doen. Zonder geluid. Ik wil even met rust gelaten worden, zodat ik mijn dikke boek kan lezen.

Maar deze rust heb ik zelf in de hand. Ik voel het ineens.

Ik ben veranderd, van een kletskous tijdens college in een jankerd. Ik zeur. Ik kan de noise van de buurtboys niet meer hebben. 
En dat ligt niet aan het lawaai. 
Boys Noize was altijd mijn lievelingsact. Het ligt aan mezelf. Au. Oud wijf dat je er bent.
I'm not gonna take it easy on me. Ik wil toch graag midden in de stad wonen? Nou dan!

Ik doe de ramen dicht en mijn favoriete technoplaat aan. Ik maak ruimte op mijn tafel. Een nieuw boek moet volgeplakt worden met post-its.

Shed some light on me please...







woensdag 3 oktober 2012

Fifty shades of red


It all happens so fast – one minute I’m falling, the next I’m in his arms and he’s holding me tightly against his chest. I inhale his clean, vital scent. He smells of fresh laundered linen and some expensive body wash. Oh my, it’s intoxicating. I inhale deeply.
Are you okay?” he whispers. He has one arm around me, clasping me to him, while the fingers of his other hand softly trace my face, gently probing, examining me. His thumb brushes my lower lip, and I hear his breath hitch. He’s staring into my eyes, and I hold his anxious, burning gaze for a moment or maybe it’s forever… but eventually, my attention is drawn to his beautiful mouth. Oh my. And for the first time in twenty-one years, I want to be kissed. I want to feel his mouth on me.

Fifty shades of grey – E.L. James

Het is een hit. Vijftig tinten grijs oftewel Fifty shades of grey.
De titel van het eerste boek van de zogenaamd kinky semi-erotische trilogie over een maagdelijke studente en haar relatie met een belachelijk knappe getroubleerde jonge miljardair. Omdat hij nu met haar is, zal zij met haar prachtige onschuld en lange benen, zijn 'wicked ways' wel veranderen.
'Oh', en het wordt ook nog even lastig, met geweld en schurken, want dat moet.
De schrijfstijl is niet om over naar huis te schrijven. Hoe meer bijvoegelijke naamwoorden, hoe beter. Er wordt in het boek veel gezucht en met ogen gerold (en 'oh' dat maakt mr Grey helemaal gek). Walt Disney en de gebroeders Grimm hadden hetzelfde gedaan, als ze nog leefden en deze bizarre versie van Assepoester onder ogen hadden gekregen.

Blijkbaar zat de halve wereld hier al tijden op te wachten.
Liefde en geweld, Eros en Thanatos. In pocketvorm, met een sprookje eromheen. Een sprookje met helikopters en geld en eten en zweepjes. Op een bepaalde manier best een beetje spannend.
En het mag!
Omdat het een hit is, is het blijkbaar geaccepteerd dat iedere vrouw, ongeacht leeftijd of opleidingsniveau, zich vermaakt met de avonturen van Ana en Mr Grey.

Ik heb ze alledrie gelezen. Met het plezier om even totaal weg te zijn uit je eigen wereld. Op afstand bekeek ik de personages. Ik hoorde bij allemaal niet. Maar met een beetje medeleven kom je een heel eind. Zoals altijd, eigenlijk.

Op de eerste hulp van een ziekenhuis ver van de stad liep ik vandaag rond in een wit pak.
Dit is mijn werk nu. Enge dingen zien. Mensen spoedeisende hulp verlenen. Het is buitengewoon griezelig. Want alles wat ik twee maanden geleden instuurde, omdat ik het te moeilijk, te acuut of te erg vond voor de huisarts, komt hier nu binnen.
Het is druk. Heel druk, en daarom wordt er onderscheid gemaakt in ernst.

Er is een man met een doorboorde teen. Een meisje is van een hele hoge ladder gevallen. Een ambulance brengt een bewusteloze vrouw binnen. Iemand heeft een hartinfarct gekregen. En er is ook nog iemand die met timmeren zijn duim als ondergrond heeft gebruikt.

Wanneer de triage code 'rood' is, betekent dat dat er meteen een dokter heen moet. Code 'geel' en 'oranje' kunnen nog even wachten, maar niet lang.

Ik vind het maar lastig. Alles lijkt me even belangrijk. Maar degene met een open wond, waar niet direct het bloed uitspuit, moet even wachten nu.
Een verpleegkundige legt het me uit: 'Als je tijdens een hartaanval niet meteen doodgaat, moet je wachten op diegene die gestopt is met ademhalen na zijn val. Er zijn verschillende soorten rood.'
Ik dacht tot dusver bij verschillende kleuren rood aan zonsondergangen en lippenstift en wijn.

Vandaag stond ik naast het bed van iemand met een mogelijke hartaanval. Alles werd goed gecontroleerd. Ik kwam binnen om uit te leggen dat het nog even kon duren voordat er actie werd ondernomen. 

De patient lag rustig in bed 'de pijn wordt minder, dokter', maar het hartfilmpje zag er niet goed uit. Ik ging hier iets aan doen, alleen nu nog niet.
Zijn vrouw, naast het bed, was een boek aan het lezen.
Ze hield het omhoog: Fifty shades of Grey. 'Hebt u dit gelezen, het is echt de moeite waard!'.
Als er iemand reden heeft om even weg te willen zijn uit deze wereld, is zij het wel.

Ik schudde mijn hoofd.
'U heeft het ook veel te druk!' zei ze, voordat ik wegliep.
Ik dacht aan het boek.
En aan de fifty shades of red. Van urgentie, bloed, lippenstift en alles in between.
Best een beetje spannend.









donderdag 30 augustus 2012

Het lijkt wel een liedje van Andre Hazes

Kom, draai je om, kijk me aan
Nee ik laat je niet gaan, kan je mij niet vergeven?

Andre Hazes- Wat is dan liefde

Het is voorbij. Het afgelopen jaar waren we elke week samen.
We zaten eerst wat onzeker tegenover elkaar, maar leerden onszelf en de ander langzamerhand beter kennen. We zagen elkaars sterke en zwakke punten. We gingen samen koffie en biertjes drinken.
We maakten elkaar mee in goede en slechte tijden. Serieuze zaken en grappen wisselden elkaar af. Twijfels en kritiek, enthousiasme en gemis, alles passeerde de revue. Er werd veel gelachen, maar ook gehuild. Soms voelden we ons alleen.
Liefde, verlies, geluk en verdriet. Alle cliches kwamen voorbij.
Het lijkt wel een liedje van Andre Hazes.

We waren niet hetzelfde en zien nog steeds duidelijk de diversiteit. We gaan nu verschillende kanten op. Waar ambitie een grote rol speelt bij de een, is praktisch functioneren een speerpunt voor de ander.

We gaan uit elkaar. Dat is hoe het is, en ook al vinden we het moeilijk, dit hebben we nodig om verder te gaan.

Vandaag zaten we voor het laatst bij elkaar. We schreven elkaar een boodschap voor de toekomst, we vertelden elkaar wat we nu al heel goed vonden en wat er later beter moet.
In het afgelopen jaar zijn er twee huizen gekocht en twee babies gemaakt. Life-events, zo noemen we dat in medische termen.

Toch snel gegaan, dat jaar. Hatsee, Andre, daar ben je weer.

Vandaag beloofden we dat we elkaar niet uit het oog zouden verliezen. 
We zullen elkaar later weer tegen komen. En dan weten we van elkaar hoe het voelde, dat eerste jaar.
Over ongeveer twee jaar zijn we alle acht huisarts.

Ik vind het heel gek dat we onze life-events het komende jaar met anderen gaan delen. Ik ben gehecht geraakt aan ons groepje.
Wij geloofden in elkaar het afgelopen jaar. We waren kleine jongens en meisjes. We waren een beetje verliefd. 
Dag groepje 11-G, het ga jullie goed.

maandag 13 augustus 2012

Duidelijkheid



Who put the dog in the dog house
You did baby, you did

The crash test dummies – Keep a lid on things

Het is maandagochtend. Al voor het officiele begin van de dag heb ik drie mensen gezien. En het blijft zo doorgaan. Ik heb wel een agenda, maar het concept 'inloopspreekuur' spreekt blijkbaar meer aan.
Dan word ik gebeld. Of ik straks even langs wil komen.

Meneer B. 'is niet goed geworden'. Meer informatie krijg ik niet. De telefoniste denkt dat het geen absolute spoed is.
Natuurlijk wil ik dat. Ik kom er zo aan. Ik wilde alleen dat mensen soms wat duidelijker waren, dat ik weet wat me te wachten staat. En dat ik daar dan op kan reageren. 'Een grote vieze wond' hoor ik liever dan 'ik heb me vorige week gestoten en nu heb ik een plekje'.

Duidelijkheid. Spijkers met koppen. Grenzen zijn goed. Enzovoort.

Na dertig patienten is het spreekuur afgelopen. Ik heb honger, dorst en zin om op de onderzoeksbank te gaan liggen. Heel even maar.
'Kom op,' spoor ik mezelf aan, 'eerst die visite en daarna mag je lunchen.'
Ik ga naar het huis van de familie B.

Mevrouw doet open. Achter haar staat een klein hondje heel hard te blaffen. Hij springt meteen tegen mijn laars aan met fel gegrom. Ik trek mijn wenkbrauwen naar hem op. 'Hij doet niets hoor' zegt zijn baasje. Jaja. Dat zal wel.

Ik schud het hondje van mijn schoen, groet de familie en loop door naar de slaapkamer. Meneer B ligt er inderdaad niet lekker bij. Hij heeft overal pijn, koorts en bij onderzoek vind ik aanwijzingen voor een ontsteking.
Hij moet naar het ziekenhuis. Ik vul de papieren in, bel met de eerste hulp en regel een ambulance.
Het hondje zit inmiddels continue grommend ook op het bed, naast de patient.
Ik wil nog even de bloeddruk meten, maar bij elke beweging hapt een klein monstertje naar mijn arm. 'Hij doet niks' hoor ik nog drie keer.
De patient niet, nee. Die ligt bijzonder ziek te zijn in bed. Het hondje doet echter van alles.

Ik vraag of ze hem even in een andere kamer wil doen. Liever niet, is het antwoord. Het is ook het huis van het hondje. Verbluft kijk ik haar aan.
Ik besluit hier maar verder niet op in te gaan. Laat ik maar doen waarvoor ik ben gekomen, ik ben de Dog Whisperer niet. Negeren kan je leren, dus ik ga maar stoicijns door.
Het hondje grijpt zijn kans en springt op de grond, om daar meteen in mijn laars te bijten.

Ik krijg hem twee keer los en dan springt hij naar mijn kuit. Okee. That's it. 
Ik voel me een gemene rotdokter, maar zeg het toch. 
Duidelijkheid is fijn. Grenzen zijn goed.

'Als hij me echt bijt, geef ik hem ook echt een schop.' Dit is waarschijnlijk de grofste opmerking die ik ooit gemaakt heb tegen een familielid. Mevrouw knikt. Ze snapt het. Mijn geduld is op.
Het hondje wordt opgesloten in de badkamer. Mijn patient wordt opgenomen.

Als ik wegga, word ik bedankt door mevrouw. Ze vindt me een 'lieve dokter' en ik was ook zo begripvol. Want van de eigen dokter en 'die van de post' moet het hondje altijd in zijn bench – ze gebaart naar een kooi die blijkbaar in de woonkamer staat – 'en dat vind ik zo ongezellig'.

woensdag 25 juli 2012

Studentenleven



Haem firm, Paeds done,
Psyche, Surgery
Rheumo, ortho,
So much stuff you need to know,
Learning drugs is so much stress,
You memorize the BNF,
Public health, public health,
What the fuck is public health?
Stuff that you need for finals,
It's all stuff that you need for finals,

Finals Countdown – Amateur transplants

'Was ik maar weer student' – de afgelopen twee jaar riep ik dat best vaak. Als de wekker weer ging om 06.15 uur, als er doordeweeks leuke feestjes waren of als ik op weg naar dienst mensen op het terras zag zitten. Het leek me heerlijk.

Gelukkig. Na acht jaar geneeskunde doe ik (nu ik zelf dokter ben) een nieuwe opleiding en daar moet je ook toetsen doen.
Ik was bijna bang dat ik NOOIT meer meerkeuze-vragen zou krijgen over ALLES en dat ik daar dan een voldoende voor moest halen. Het is wel zo. Hoera!
Want meerkeuze-vragen zijn natuurlijk mijn lievelings.

Tot nu toe gaat het met meerdere keuzes als diagnose voor de klacht in de praktijk best prima. Als ik het niet weet, doe ik meer onderzoek, net zo lang tot ik weet wat iemand mankeert. En meestal gaat dat goed. En anders vraag ik het aan mijn opleider.
Er is in het echt namelijk geen mogelijheid tot ophoging. Ik kan het niet een beetje fout hebben. En een vraagteken invullen zodat ik geen punten aftrek krijg al helemaal niet. Ik ben heus wel een goede dokter.

Maar met de toetsen ging het tot nu toe niet zo goed. En dus zit ik al de hele week mijn vrije dagen op te maken en jaloers te staren naar de strand/park/cocktail- instagram-foto's van mijn vrienden. Binnen. Met als tweede
scherm de NHG standaarden. En als derde scherm mijn aantekeningen blad met De Vragen.

' 67) De heer S, 23 jaar, komt bij de huisarts ivm een pijnlijke knie en algehele malaise. Hij heeft in het weekend tegels gelegd in zijn tuin (...)'

Ik ken weinig 23-jarigen met een tuin. En als ze die wel hebben, dan staat hij vol bierkratjes en wordt er voornamelijk in gebarbecued. Wat nu best een leuk idee... focus! Foei!
Wat is studeren toch heerlijk. En wat heb ik het gemist.

Ik zal blij zijn als ik volgende week weer gewoon kan werken, zoals normale mensen.

dinsdag 10 juli 2012

Vast

I hear the train a comin'
It's rollin' 'round the bend,
And I ain't seen the sunshine,
Since, I don't know when...

Folsom Prison Blues - Johnny Cash


Al mijn lievelingsboeken, detectiveseries, forensische ervaring en algemene ontwikkeling ten spijt: bij het lezen van de kop van dit bericht dacht ik aan een aswolk en sneeuwstormen. 
Aan mensen die door rebellenlegers in de bush niet meer terug konden naar hun lievelingsland. 


En ik vond het nogal veel, dus las ik door. Oh.

Ruim 2500 Nederlanders vast in buitenland

DEN HAAG - Op 1 april zaten wereldwijd 2532 Nederlanders of mensen met Nederlandse papieren in het buitenland in de gevangenis. Dat zijn bijna 200 mensen meer dan in 2011.

Dat schrijft minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.
De meeste gedetineerden zitten vast in Europa. In totaal zijn dat 1519 mensen, van wie er 439 in Duitsland in de gevangenis zitten, 255 in Spanje, 174 in Frankrijk en 159 in Groot-Brittanniƫ.


maandag 9 juli 2012

Wilde spinnen


Ik begrijp dat je niet graag praat
ik ook niet
want veel shit is moeilijk
of het niet waard
enzovoorts

Zeg alsjeblieft iets geniaals,
als je het wel doet,
maar tot die tijd is je bek houden ook goed...

Je hebt gelijk – TDTMCM

M'n bek houden. Daar ben ik niet zo'n heldin in. Praten, dat vind ik fijn. En het hoeft niet eens ergens over te gaan. Gelukkig maar, dat ik dus van m'n hobby m'n werk kon maken.
Lekker veel met verschillende mensen praten. En het gaat ook heel vaak nergens over. Het blijft wel altijd een beetje opletten. Want woorden als 'chill', 'vet', 'arelaxed' en 'kut' – woorden die mijn doorgaans jargon doorspekken- die kunnen niet in de spreekkamer.

'Jij blijft altijd zo mooi dicht bij jezelf', kreeg ik onlangs als commentaar bij een communicatieles. Ik weet eigenlijk niet zo goed wat dat betekent.
Blijkbaar kan ik een beleefde, gecensureerde, professioneel gedragende en extreem geduldige versie van mezelf neerzetten alsof het geen moeite kost.

Goed gedrag is echter wel aangeleerd. Bij ons werd vroeger de balans tussen spontaniteit en nadenken zorgvuldig bewaakt. 'Wat vind jij ervan?' werd afgewisseld met 'je hoeft heus niet meteen te zeggen wat je denkt'.
Mijn ouders scholden nooit in ons bijzijn toen wij klein waren.
En als mijn vader het echt te ver vond gaan, zei hij tegen een brutale vierjarige: 'Ben je nou helemaal door de wilde spinnen besnuffeld?'

Dat vond ik een heel eng idee. Dan moest het wel ver met je zijn gekomen, ja.
Ik wilde (en wil) door niemand worden besnuffeld. Niet door mensen, niet door brave golden retrievers en al helemaal niet door wilde spinnen.
Later nam ik me voor om deze idiote uitdrukking nooit te gebruiken.

Vandaag trok een oudere zwakbegaafde mevrouw mijn moeizaam aangelegde verband binnen twee seconden weer van haar been.
'Bent u nou helemaal...!' riep ik. Ze keek me fel aan. 'Wat?'
Ehm.
Gek geworden? Ja, dat wel, maar dat stadium zijn we al gepasseerd.
Alles wat ik bedacht was absoluut ongepast. Ik maakte de zin niet af. Demonstratief zuchtend pakte ik een nieuw rolletje verband en nieuwe handschoenen. Het was even stil.

'Besodemieterd?' zei ze toen. 'Zo voel ik me namelijk heus wel hoor, meisje. Jullie doen maar van alles met mij.' Ineens zag ik een verdrietig vrouwtje op de plek van de felle bejaarde.

Zwijgend pakte ik haar been weer in.
Praten is leuk, communicatie is goed. Maar soms is het maar beter om je bek te houden.
Ik kon even niet op iets genialers komen dan iets met wilde spinnen.