donderdag 30 augustus 2012

Het lijkt wel een liedje van Andre Hazes

Kom, draai je om, kijk me aan
Nee ik laat je niet gaan, kan je mij niet vergeven?

Andre Hazes- Wat is dan liefde

Het is voorbij. Het afgelopen jaar waren we elke week samen.
We zaten eerst wat onzeker tegenover elkaar, maar leerden onszelf en de ander langzamerhand beter kennen. We zagen elkaars sterke en zwakke punten. We gingen samen koffie en biertjes drinken.
We maakten elkaar mee in goede en slechte tijden. Serieuze zaken en grappen wisselden elkaar af. Twijfels en kritiek, enthousiasme en gemis, alles passeerde de revue. Er werd veel gelachen, maar ook gehuild. Soms voelden we ons alleen.
Liefde, verlies, geluk en verdriet. Alle cliches kwamen voorbij.
Het lijkt wel een liedje van Andre Hazes.

We waren niet hetzelfde en zien nog steeds duidelijk de diversiteit. We gaan nu verschillende kanten op. Waar ambitie een grote rol speelt bij de een, is praktisch functioneren een speerpunt voor de ander.

We gaan uit elkaar. Dat is hoe het is, en ook al vinden we het moeilijk, dit hebben we nodig om verder te gaan.

Vandaag zaten we voor het laatst bij elkaar. We schreven elkaar een boodschap voor de toekomst, we vertelden elkaar wat we nu al heel goed vonden en wat er later beter moet.
In het afgelopen jaar zijn er twee huizen gekocht en twee babies gemaakt. Life-events, zo noemen we dat in medische termen.

Toch snel gegaan, dat jaar. Hatsee, Andre, daar ben je weer.

Vandaag beloofden we dat we elkaar niet uit het oog zouden verliezen. 
We zullen elkaar later weer tegen komen. En dan weten we van elkaar hoe het voelde, dat eerste jaar.
Over ongeveer twee jaar zijn we alle acht huisarts.

Ik vind het heel gek dat we onze life-events het komende jaar met anderen gaan delen. Ik ben gehecht geraakt aan ons groepje.
Wij geloofden in elkaar het afgelopen jaar. We waren kleine jongens en meisjes. We waren een beetje verliefd. 
Dag groepje 11-G, het ga jullie goed.

maandag 13 augustus 2012

Duidelijkheid



Who put the dog in the dog house
You did baby, you did

The crash test dummies – Keep a lid on things

Het is maandagochtend. Al voor het officiele begin van de dag heb ik drie mensen gezien. En het blijft zo doorgaan. Ik heb wel een agenda, maar het concept 'inloopspreekuur' spreekt blijkbaar meer aan.
Dan word ik gebeld. Of ik straks even langs wil komen.

Meneer B. 'is niet goed geworden'. Meer informatie krijg ik niet. De telefoniste denkt dat het geen absolute spoed is.
Natuurlijk wil ik dat. Ik kom er zo aan. Ik wilde alleen dat mensen soms wat duidelijker waren, dat ik weet wat me te wachten staat. En dat ik daar dan op kan reageren. 'Een grote vieze wond' hoor ik liever dan 'ik heb me vorige week gestoten en nu heb ik een plekje'.

Duidelijkheid. Spijkers met koppen. Grenzen zijn goed. Enzovoort.

Na dertig patienten is het spreekuur afgelopen. Ik heb honger, dorst en zin om op de onderzoeksbank te gaan liggen. Heel even maar.
'Kom op,' spoor ik mezelf aan, 'eerst die visite en daarna mag je lunchen.'
Ik ga naar het huis van de familie B.

Mevrouw doet open. Achter haar staat een klein hondje heel hard te blaffen. Hij springt meteen tegen mijn laars aan met fel gegrom. Ik trek mijn wenkbrauwen naar hem op. 'Hij doet niets hoor' zegt zijn baasje. Jaja. Dat zal wel.

Ik schud het hondje van mijn schoen, groet de familie en loop door naar de slaapkamer. Meneer B ligt er inderdaad niet lekker bij. Hij heeft overal pijn, koorts en bij onderzoek vind ik aanwijzingen voor een ontsteking.
Hij moet naar het ziekenhuis. Ik vul de papieren in, bel met de eerste hulp en regel een ambulance.
Het hondje zit inmiddels continue grommend ook op het bed, naast de patient.
Ik wil nog even de bloeddruk meten, maar bij elke beweging hapt een klein monstertje naar mijn arm. 'Hij doet niks' hoor ik nog drie keer.
De patient niet, nee. Die ligt bijzonder ziek te zijn in bed. Het hondje doet echter van alles.

Ik vraag of ze hem even in een andere kamer wil doen. Liever niet, is het antwoord. Het is ook het huis van het hondje. Verbluft kijk ik haar aan.
Ik besluit hier maar verder niet op in te gaan. Laat ik maar doen waarvoor ik ben gekomen, ik ben de Dog Whisperer niet. Negeren kan je leren, dus ik ga maar stoicijns door.
Het hondje grijpt zijn kans en springt op de grond, om daar meteen in mijn laars te bijten.

Ik krijg hem twee keer los en dan springt hij naar mijn kuit. Okee. That's it. 
Ik voel me een gemene rotdokter, maar zeg het toch. 
Duidelijkheid is fijn. Grenzen zijn goed.

'Als hij me echt bijt, geef ik hem ook echt een schop.' Dit is waarschijnlijk de grofste opmerking die ik ooit gemaakt heb tegen een familielid. Mevrouw knikt. Ze snapt het. Mijn geduld is op.
Het hondje wordt opgesloten in de badkamer. Mijn patient wordt opgenomen.

Als ik wegga, word ik bedankt door mevrouw. Ze vindt me een 'lieve dokter' en ik was ook zo begripvol. Want van de eigen dokter en 'die van de post' moet het hondje altijd in zijn bench – ze gebaart naar een kooi die blijkbaar in de woonkamer staat – 'en dat vind ik zo ongezellig'.

woensdag 25 juli 2012

Studentenleven



Haem firm, Paeds done,
Psyche, Surgery
Rheumo, ortho,
So much stuff you need to know,
Learning drugs is so much stress,
You memorize the BNF,
Public health, public health,
What the fuck is public health?
Stuff that you need for finals,
It's all stuff that you need for finals,

Finals Countdown – Amateur transplants

'Was ik maar weer student' – de afgelopen twee jaar riep ik dat best vaak. Als de wekker weer ging om 06.15 uur, als er doordeweeks leuke feestjes waren of als ik op weg naar dienst mensen op het terras zag zitten. Het leek me heerlijk.

Gelukkig. Na acht jaar geneeskunde doe ik (nu ik zelf dokter ben) een nieuwe opleiding en daar moet je ook toetsen doen.
Ik was bijna bang dat ik NOOIT meer meerkeuze-vragen zou krijgen over ALLES en dat ik daar dan een voldoende voor moest halen. Het is wel zo. Hoera!
Want meerkeuze-vragen zijn natuurlijk mijn lievelings.

Tot nu toe gaat het met meerdere keuzes als diagnose voor de klacht in de praktijk best prima. Als ik het niet weet, doe ik meer onderzoek, net zo lang tot ik weet wat iemand mankeert. En meestal gaat dat goed. En anders vraag ik het aan mijn opleider.
Er is in het echt namelijk geen mogelijheid tot ophoging. Ik kan het niet een beetje fout hebben. En een vraagteken invullen zodat ik geen punten aftrek krijg al helemaal niet. Ik ben heus wel een goede dokter.

Maar met de toetsen ging het tot nu toe niet zo goed. En dus zit ik al de hele week mijn vrije dagen op te maken en jaloers te staren naar de strand/park/cocktail- instagram-foto's van mijn vrienden. Binnen. Met als tweede
scherm de NHG standaarden. En als derde scherm mijn aantekeningen blad met De Vragen.

' 67) De heer S, 23 jaar, komt bij de huisarts ivm een pijnlijke knie en algehele malaise. Hij heeft in het weekend tegels gelegd in zijn tuin (...)'

Ik ken weinig 23-jarigen met een tuin. En als ze die wel hebben, dan staat hij vol bierkratjes en wordt er voornamelijk in gebarbecued. Wat nu best een leuk idee... focus! Foei!
Wat is studeren toch heerlijk. En wat heb ik het gemist.

Ik zal blij zijn als ik volgende week weer gewoon kan werken, zoals normale mensen.

dinsdag 10 juli 2012

Vast

I hear the train a comin'
It's rollin' 'round the bend,
And I ain't seen the sunshine,
Since, I don't know when...

Folsom Prison Blues - Johnny Cash


Al mijn lievelingsboeken, detectiveseries, forensische ervaring en algemene ontwikkeling ten spijt: bij het lezen van de kop van dit bericht dacht ik aan een aswolk en sneeuwstormen. 
Aan mensen die door rebellenlegers in de bush niet meer terug konden naar hun lievelingsland. 


En ik vond het nogal veel, dus las ik door. Oh.

Ruim 2500 Nederlanders vast in buitenland

DEN HAAG - Op 1 april zaten wereldwijd 2532 Nederlanders of mensen met Nederlandse papieren in het buitenland in de gevangenis. Dat zijn bijna 200 mensen meer dan in 2011.

Dat schrijft minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.
De meeste gedetineerden zitten vast in Europa. In totaal zijn dat 1519 mensen, van wie er 439 in Duitsland in de gevangenis zitten, 255 in Spanje, 174 in Frankrijk en 159 in Groot-Brittanniƫ.


maandag 9 juli 2012

Wilde spinnen


Ik begrijp dat je niet graag praat
ik ook niet
want veel shit is moeilijk
of het niet waard
enzovoorts

Zeg alsjeblieft iets geniaals,
als je het wel doet,
maar tot die tijd is je bek houden ook goed...

Je hebt gelijk – TDTMCM

M'n bek houden. Daar ben ik niet zo'n heldin in. Praten, dat vind ik fijn. En het hoeft niet eens ergens over te gaan. Gelukkig maar, dat ik dus van m'n hobby m'n werk kon maken.
Lekker veel met verschillende mensen praten. En het gaat ook heel vaak nergens over. Het blijft wel altijd een beetje opletten. Want woorden als 'chill', 'vet', 'arelaxed' en 'kut' – woorden die mijn doorgaans jargon doorspekken- die kunnen niet in de spreekkamer.

'Jij blijft altijd zo mooi dicht bij jezelf', kreeg ik onlangs als commentaar bij een communicatieles. Ik weet eigenlijk niet zo goed wat dat betekent.
Blijkbaar kan ik een beleefde, gecensureerde, professioneel gedragende en extreem geduldige versie van mezelf neerzetten alsof het geen moeite kost.

Goed gedrag is echter wel aangeleerd. Bij ons werd vroeger de balans tussen spontaniteit en nadenken zorgvuldig bewaakt. 'Wat vind jij ervan?' werd afgewisseld met 'je hoeft heus niet meteen te zeggen wat je denkt'.
Mijn ouders scholden nooit in ons bijzijn toen wij klein waren.
En als mijn vader het echt te ver vond gaan, zei hij tegen een brutale vierjarige: 'Ben je nou helemaal door de wilde spinnen besnuffeld?'

Dat vond ik een heel eng idee. Dan moest het wel ver met je zijn gekomen, ja.
Ik wilde (en wil) door niemand worden besnuffeld. Niet door mensen, niet door brave golden retrievers en al helemaal niet door wilde spinnen.
Later nam ik me voor om deze idiote uitdrukking nooit te gebruiken.

Vandaag trok een oudere zwakbegaafde mevrouw mijn moeizaam aangelegde verband binnen twee seconden weer van haar been.
'Bent u nou helemaal...!' riep ik. Ze keek me fel aan. 'Wat?'
Ehm.
Gek geworden? Ja, dat wel, maar dat stadium zijn we al gepasseerd.
Alles wat ik bedacht was absoluut ongepast. Ik maakte de zin niet af. Demonstratief zuchtend pakte ik een nieuw rolletje verband en nieuwe handschoenen. Het was even stil.

'Besodemieterd?' zei ze toen. 'Zo voel ik me namelijk heus wel hoor, meisje. Jullie doen maar van alles met mij.' Ineens zag ik een verdrietig vrouwtje op de plek van de felle bejaarde.

Zwijgend pakte ik haar been weer in.
Praten is leuk, communicatie is goed. Maar soms is het maar beter om je bek te houden.
Ik kon even niet op iets genialers komen dan iets met wilde spinnen.

zaterdag 30 juni 2012

Slonzig

(...)
Beetje beschermen tegen schurken
En plaats maken voor al haar prinsessenjurken
gemaakt van chique, luxe zijn d'r patronen
ze kan never niet goed voor de dag komen

Een echte – Faberyayo

Op weg naar de supermarkt slenter ik over de Overtoom. Het is zaterdag, eind van de middag. Het huis is opgeruimd, ik heb gestudeerd en rijles gehad. Gisteren waren er vrienden eten en wijn drinken. Het was gezellig, maar ik ben wel een beetje moe. Vrolijk neurie ik mee met het liedje over de echte prinses. Dan zie ik mezelf in de ruit van de fietsenmaker.

Hmm. Ik zie er best slonzig uit. Een oud en niet al te flatteus roze H&M-hemdje boven een versleten wijde spijkerbroek, een veeg mascara onder mijn linkeroog en haar dat allang gewassen had moeten worden. Niet echt prinses-achtig.
Volgende keer een iets elegantere outfit aan, spreek ik mezelf even toe. En vijf kilo afvallen, dat ook. Hoewel het maar de supermarkt is, je weet nooit wie je tegenkomt.
Wie weet wat mensen denken, misschien wel: 'zielig, dat dit meisje zo over straat gaat'
Het begint te regenen dus ik steek snel over. Gelukkig ben ik er al bijna.

Een wonderlijk schepsel blokkeert echter de ingang. Een dikke mevrouw van middelbare leeftijd staat met haar hondje voor de deur. Ze heeft een gekreukelde bonusfolder in haar hand en kijkt angstig om zich heen. Ze heeft een turquoise tshirt met palmbomen aan. Het hondje heeft een bijpassend doekje om. Op haar natte haren zit een knalgroene koptelefoon met een losbungelend snoer.
Telkens als ik haar wil passeren doet ze een stap opzij, zodat ik er net niet langs kan.
Noodgedwongen en nu ook nieuwsgierig bekijk ik haar nog eens goed.

Ze zet de beschreven folder terug in het rek en pakt een nieuwe. Die frommelt ze snel in haar beige buiktasje. Haar haar is bij nader inzien niet alleen nat, maar ook vol zeep. De schuimklodders zitten nog achter haar oren. Het lijkt alsof ze in paniek weggevlucht is onder de douche of bij een kapper.
Ze heeft een vieze legging en twee verschillende schoenen aan. Het hondje blaft, ze kijkt op en ziet mij naast haar staan. Ze schrikt.
Ze grist nog even een Allerhande mee, duwt tegen een fiets naast de ingang en loopt snel weg. Er drupt zeepwater in haar t-shirt. Ik vind haar raar. En heel zielig.
Ik vraag me af waar ze naar toe gaat. Ik hoop naar een lieve huisgenoot of familielid die haar geruststelt, haar haren uitspoelt en haar iets lekkers uit de bonusfolder voorzet.

Nou ja. Met een blauw mandje in mijn hand loop ik de supermarkt in.
Bij de frisdranken pakt een jongen van mijn leeftijd met vet haar, wallen en een joggingbroek vol vlekken drie flesjes Aquarius uit het rek. In zijn mandje ligt een pizza en een pak waterijsjes. Hij kijkt opzij en ik knik hem begrijpend toe.
Slonzig mag op zaterdagmiddag. En prinsessen hebben heus niet altijd een mooie jurk aan. Zielig is iets heel anders. 

maandag 25 juni 2012

Cape town


You don't need a holiday, you need Cape Town
- slogan op het vliegveld van Kaapstad


This book is dedicated to my township and yours 
- Young Blood by Sifizo Mzobe


Vakantie. Na acht maanden diagnostiek van alledaagse klachten ben ik hier zo aan toe. Met een tas vol zomerjurkjes vertrek ik naar Zuid-Afrika. Naar Kim en Marleen, naar Kaapstad.
Met een hoofd vol verwachtingen (Zon! Zee! Strand!) en wijze adviezen (gevaarlijkste stad ter wereld, niet met vreemden praten en ga vooral NIET naar de townships) zit ik achterin het vliegtuig. Er is dusdanig veel turbulentie dat ik me op een gegeven moment afvraag of bij Lost nou juist het voorste of achterste deel van het vliegtuig de meeste overlevenden bevatte.

Het valt mee. Ik kom veilig aan. En daar zijn Kim en Marleen, en hun fijne huis op Bredastreet. Het regent, dat wel. Maar door de mist zie ik de Tafelberg. En Lion's head. En de volgende dagen de rest van de stad. Wat is het hier mooi en niet eng. Okee, voor de winkeltjes in Long Street zit een hek. Je moet aanbellen om naar binnen te mogen. Dat voelt raar, want het is misschien op straat dus gevaarlijk. Voor mij is het binnen veel gevaarlijker. Mijn creditcard en ik willen zoveel mogelijk designerjurkjes en hysterische leggings hebben. Oh en warme spullen, want het is hier koud ('cognitieve dissonantie' zegt Kim op het terras van ons nieuwste lunchtentje: 'aan jezelf verantwoorden waarom je bepaalde zaken moet kopen, net zolang tot het goed is').

En er zijn musea, restaurants, uitzichtpunten, eindeloze wandelingen door de stad, dagtrips naar Camps Bay en Kaap de Goede Hoop en soms is er 's avonds ineens een 'bank-hang-Grey's-Anatomy' avond.
Er is zoveel te zien en te doen. Ik voel me vrij en heel veilig. Hardlopen in mijn eentje langs een waterreservoir, praten met vreemden en 's avonds op stap met dodo Amber, alles kan. Het is heel makkelijk om me in een toeristen-bubbel te wanen. Ik zie alleen maar leuke en gezellige mensen en mooie plekken.

En toch. Deze stad is niet voor niets 'gevaarlijk'. Als je maar iets buiten het centrum bent, rijd je over de snelweg langs duizenden golfplaten-hutjes. In mijn eerste week in Kaapstad gaan we naar een braai in de townships. Iedereen is aardig, er is muziek, drank en veel vlees. Er wordt uitbundig gedanst. En dat wij de enige blanken zijn maakt niets uit. Het valt wel op, dat wel. Onze vriend en gids laat ons plekken zien waar verzetsstrijders stierven, waar blanke Amerikanen de dood vonden omdat ze op een verkeerde plek waren. Wij zwijgen.

Apartheid is niet te vertalen naar het Engels. In de Kaapse bubbel lijkt het niet te bestaan, maar het is onderdeel van de geschiedenis, van dit land. Kaapstad is prachtig. Vriendelijk en zachtaardig. Maar er staan wel overal hekken. En er zijn townships, waar mensen niets hebben en dus niets te verliezen hebben.

Zolang als we dat onthouden, en de bubbel herkennen, en de stad zien in al haar schoonheid en wel naar de townships gaan. Dan hebben we geen vakantie meer nodig, Dan hebben we Kaapstad nodig. Om thuis het weer te missen en onze vrijheid te vieren.