imma try to swim from something
bigger than me
kick off my shoes
and swim good
and swim good
take off this suit
and swim good
and swim good
good
Frank Ocean - Swim Good
Drukte in m'n hoofd. Er moet van alles en nog wat geregeld worden. En ik moet ook nog op vakantie. Het is niet ver. Maar toch. Ik moet er over nadenken en m'n tas inpakken
Er zweeft een heleboel in m'n hoofd. Kleine to-do-bugjes steken me op elk moment dat ik 'iets voor mezelf' wil ondernemen. Het is toch potverdorie vakantie...
Nou, dan ga ik maar weg.
En dan ben ik er. Weg uit de stad. Het is de eerste keer in heel lang dat ik met m'n ouders op t strand ben. Ze brachten me naar deze eenzame plek. Zij liggen heel chill op het kleed. 'Je past er wel bij'. En het past, ook al ben ik al dertig jaar geen peuter meer.
Maar ik ben heel onrustig. Terwijl het hier zo fijn is. De beestjes/dingen are buggin' me. Want ik heb geen bereik.
Het kan juist heel rustig zijn hier. Uitgestorven, zelfs, en ontzettend donker. Vooral doordeweeks, op een regenachtige woensdag of donderdag. Het is nog geen echte vakantie.
Maar ik ben er toch. Met zoveel kleren alsof ik twee maanden door Azië wil trekken. Zes paar schoenen en vijf dagen. Met een zaklantaarn die niet werkt.
Douchen moet in een gebouw. Plassen ook.
Er is wel een emmer als je dat s nachts moet doen en niet meer durft.
Ik durf dat best. Maar het is hier vooral heel stil. Behalve meeuwen en af en toe 't geluid van de auto's op de weg.
Met een vriendin die langskomt omhels ik de stilte. We gaan naar een museum in Bergen, waar Joost Zwagerman een tentoonstelling maakte, over stilte in kunst. Er klinkt niet eens gezoem. De muggen zijn onder de indruk. Ik ook. Nogal.
Na dit, hoef ik even helemaal niets.
De dag dat de vriendin kwam logeren zat de caravan 's avonds vol met langpootmuggen. Terwijl we ze wegjagen, verschijnen er overal nieuwe. Ik zeg tegen Laura wat ik haat van hondeneigenaren: 'maar ik zie ze anders nooit' En, nog erger: 'ze doen niets'.
Maar ze doen echt niets. En ik heb nog steeds geen bereik, dus de to-do's verdwijnen ook. Volgende week weer. Laten we leuke dingen doen! De muggen blijken de volgende dag inderdaad er alleen te zijn. Heel mindful. We hebben allebei geen beten.
De laatste avond. Bij het licht van een citronella kaars en een zaklamp lees ik over kunst in een essay boek van Joost Zwagerman. Ik heb al het zand, zweet en zonnebrandcreme van me afgewassen in het douchehok. In een heel zachte panterbroek en een wu-tang supergroot t-shirt zit ik buiten. Er zweven af en toe vliegjes langs in het licht.
Na vijf dagen voornamelijk stilte heb ik helemaal geen zin meer in de stad. Dit is pas fijn. Ik wil de krant lezen op een bank bij het vuur nadat ik net 20 minuten gerend heb door mist. Met uit het raam de zee. Grijs en gevaarlijk. Ik wil de volgende dag zien hoe de mist weer verdwijnt. Want met die heldere luchten boven de duinen kan ik pas echt m'n hoofd opschonen.
Ik wil m'n vrije zaterdag voortaan doorbrengen in het zand. En dat ik dan thuis de korrels uit m'n haar was in een hokje. Naast gillende kinderen die moeten tandenpoetsen. En dat die kinderen dan niet die van mij zijn.
Ik wil met mijn beste vriendinnen -die dan allebei met de auto kwamen- in de zon zitten en vrolijk tapas eten.
Ik wil uitslapen tot de vogels me wakker fluiten.
En vooral wil ik buiten bij 't licht van drie kaarsjes een hartverscheurend mooi boek lezen.
En dat ik dan een bed inrol, rozig en warm. Soms met regen op t dak. Ik denk aan alles wat moet. Niets voelt belangrijk genoeg.
Ik wil een caravan. Ik heb weinig voorwaarden: dat er wat vriendschap is, en stilte. En dat er wat muggen rondzweven die niet steken.
Of in elk geval: mij niet steken. Ze bestaan.
Dankjewel, Bakkum.
