
want you to take me to the H,
take me to the O,
want you to take me to the S,
take me to the P,
want you to take me to the I- T- A- L.
want you to take me to hospital
HOSPITAL
The Faint - Take me to the hospital
De Spoedeisende - ookwel Eerste - Hulp.
Chaos. Piepers gaan continue af en overal lopen en rennen mensen. Gordijn open, gordijn weer dicht. Bloed. Pijn.
De 'shock-room' is een kamer ingericht voor Erge Dingen. Hier worden mensen neergelegd op een harde plank als ze zijn binnengebracht met de ambulance of de trauma-helikopter.
Er staan apparaten om zo snel mogelijk ook binnenin de patient te kijken en als ze niet goed genoeg ademen, is er via een buisje in een paar seconden een rechtstreekse weg van het ademapparaat naar de longen.
Naast een anaesthesist en de assistent-neurologie kijk ik naar de man op de harde plank. Hij is tegen een auto aangefietst. Dat is geen goed idee.
Het is druk. Er staan minstens negen witte jassen om hem heen. Mijn taak is duidelijk. Kijken, kijken, niet aankomen en vooral: niet in de weg staan.
Dus dat doe ik, met tegenzin. Ik wil zelf wat doen!
Er worden plakkers op hem geplakt om zijn hart in de gaten te houden, iemand knijpt in een ballon en zijn kleren worden opengeknipt om te kijken of er niet ergens een grote verstopte wond zit.
Ondanks mijn passieve houding schiet de adrenaline door mijn lijf. Spannend!
Dit is pas echt wat dokters doen. Dichter bij ER en Grey's Anatomy kom ik niet.
Ik was even vergeten hoe leuk ik het vind op de eerste hulp. Maar nu weet ik het weer. Huppakee, actie.
Misschien moet ik voor ik echt kies wat ik ga worden, eerst maar een jaartje ervaring opdoen als Spoed-arts.
Maar, twee weken later, als we na een weekend feesten in Duitsland terugrijden over de Autobahn, staan ineens de auto's voor ons stil.
Op het nippertje schuift onze vriend en geweldige chauffeur ons voertuig schuin tussen een bus en de vangrail. Om ons heen vliegen de brokstukken door de lucht. We halen voorzichtig adem en zeggen even niets. Wij zijn okee. Gelukkig. Na een paar minuten durven we uit te stappen en rond te kijken.
Het is een ravage. Zo ver als we voor en achter ons kunnen zien staan verfrommelde auto's en groepjes verslagen mensen. Sommigen huilen. Ik lag net te slapen op de achterbank. Nu is ineens alles anders. Aarzelend komt de gedachte op. 'Doe iets! Jij vond de spoed toch zo leuk? Zie jij een ambulance? Kom op!'
Overal zie ik flitsen van Erge Dingen, maar nergens is een shockroom en iemand met de skills om te intuberen.
Nog trillend van de schrik klim ik achter een vriend aan over een kapotte auto, op weg naar een man die volgens zijn verhaal 'allemaal bloed ophoest'.
Mijn hele lijf verkrampt. Nee! Ik wil dit helemaal niet. Vanochtend lag ik om half negen pas in m'n tent. Ik ben niet voorbereid. Ik weet niet eens wat ik moet doen bij bloed hoesten. En hier zijn geen tien verantwoordelijke witte jassen om 'het beleid' mee te overleggen.
Met zo'n rustig mogelijk gezicht loop ik naar de meneer. Hij zit op de vangrail. Op de grond ligt een plasje bloed. In mijn beste Duits vraag ik wat er gebeurd is. Hij kan niet praten, maar is wel bij bewustzijn en hij haalt redelijk normaal adem. Hoera.
Zijn hysterische vrouw gilt in mijn oor, maar in de verte hoor ik sirenes. Wat een opluchting.
Ik laat het Duits maar zitten en zeg in het Engels dat ze allebei rustig moeten blijven en moeten wachten op de ambulance.
Volgende. Weer iemand die nog adem kan halen en wakker is. Okee. So far, so good.
En dan zit ik ineens op mn knieen naast een dubbelgevouwen Audi. Het dashboard zit in het rechterbovenbeen van de bestuurder. Ik kan niet zien wat eronder zit. Gatver.
Hij kreunt. Een beetje misselijk ben ik blij dat ik geen schaar heb om kleren open te knippen en op zoek te gaan naar wonden.
Niet bewegen en wachten tot er iemand komt die wel iets kan doen, is mijn advies. Ik wijs een omstander aan als 'wakkerhoud-verantwoordelijke' en laat ze alleen.
Onze auto moet aan de kant voor de ambulance. Snel stap ik in. En voorlopig stap ik niet meer uit. Ik kruip op de achterbank en ben behoorlijk teleurgesteld in mezelf.
Over een paar maanden ben ik dokter. En ik kan nog niets.
In kijken en niet aankomen ben ik inmiddels hartstikke goed.
Maar daar heeft buiten het ziekenhuis niemand wat aan.
Eerste hulp is helemaal niet zo leuk als je echt de eerste bent.
Nog een paar maanden om daar iets aan te doen.