Een zonnige vrijdagavond.
Op de hoek van de Jacob Israelkade staat een jongen met een grote bos krullen en een skinny jeans enthousiast te zwaaien.
'Ik zag je de hele tijd al aan komen fietsen!' roept hij.
'Ik jou ook!' roept zijn vriend die uit de andere richting komt. Door zijn grote zwarte zonnebril, bijzonder goed gestylede schuine pony en extreem hippe outfit vermoed ik dat hij mode ontwerpt. Ofzo. Studio 80 is gebouwd voor dit soort leuke jongens.
Hij springt van zijn fiets en huppel-loopt naar zijn vriend toe.
Het is net een scene uit een romantische film. Wat schattig.
Ik verwacht een zoen, maar ze doen een boks-handshake en kloppen elkaar stoer op de schouders. 'Hee man!' klinkt het in koor.
Oh. Metro-mannen, besluit ik. Het macho-tijdperk is voorbij, en niet alle lieve jongen zijn meteen homo. Die vooroordelen van mij ook.
In mijn straat fietsen ze ineens achter me.
'... en toen was ze ineens ongesteld.' 'Ja, grappig, Josefien is ook net ongesteld geworden.'
Huh? Onbeschaamd luister ik hun conversatie af. Ze praten hard genoeg.
'Ja dat doen ze samen.' 'Maar Josefien was toch net ongesteld?'
'Nee, eerst was ze ziek en nu is ze ongesteld.'
Ik zeg nooit zo vaak in tien seconden 'ongesteld'. Getver.
De jongens fietsen nu naast me.
'... ja, dat vind ik echt zielig voor Pim. Ze kan niet aan de pil. Hormonen enzo.'
'Waarom neemt ze dan geen spiraal?' 'Dat is echt kut man, een spiraal.'
'Ja, maar dit is elke maand kut, wat zou je liever willen?'
Ze steken over. Verbijsterd vraag ik me af waar ik net naar luisterde.
Was dit wat de feministen in de jaren '70 voor ogen hadden?
Begrijpende, aardige, goedgeklede jongens van nog geen twintig die nadenken over meisjesproblemen.
Ja, dat klinkt goed.
Maar dat ze daar onderling op deze manier over praten...
Moet dat nou?
Is het niet te ver gekomen?
Ik zie het ineens voor me.
Josefien – nietsvermoedend in het Vondelpark, rinkelende oorbellen, vrolijk jurkje, stokbrood en fles rose op haar picknickkleed – gaat naar de wc. Begrijpende blikken van haar vriend en zijn male-buddies.
'Ach gossie, ze is ongesteld.' Ze denken het allemaal.
Ik hoop maar dat een van de over-invoelende mannen dan ook zo wijs is om iets te zeggen in de trant van 'Lekkere billen' als ze wegloopt.
vrijdag 26 juni 2009
dinsdag 16 juni 2009
Eilandheimwee
Hello my love
It's getting cold on this island
I'm sad alone
I'm so sad on my own
Koop- Koop Island Blues
Amsterdam is heerlijk. Vooral in de zomer.
Terras, Vondelpark en de Amstel altijd binnen handbereik.
Ik wil er nooit meer weg.
Ik wil er eigenlijk gewoon nooit weg.
Naar Utrecht is een wereldreis - ver van de eigen grachten, en je moet zelfs met de trein.
Hetzelfde geldt voor Haarlem, Zandvoort, Rotterdam en eigenlijk ook voor Badhoevedorp (ook al kan dat met de bus, of op de fiets).
Ik voel me fijn op m'n eigen eiland, midden in de stad.
Wie heeft een rijbewijs nodig als er fietsen zijn?
Alles wat ik wil, en meer dan dat. Op loopafstand.
Mijn OV-kaart zit het lekkerst in mijn portemonnee, ongebruikt, warm tussen pinpas en bonnetjes van de H&M.
Maar soms moet ik toch de hort op. Niet omdat ik zo nodig de wereld moet ontdekken. Helemaal niet.
Omdat vriendje en vriendinnen zo graag op een ander eiland aan hun carriere willen werken.
Omdat Amsterdam niet meer zo mooi is, als zij er niet zijn.
Na een lange lange reis kom ik aan. Tussen de schapen en weilanden is daar vriendin Maren met salade en witbier en heel veel verhalen over Tanzania en New York. 's Nachts slaap ik naast vriendje in zijn schattige huisje.
's Ochtends, wakker door het geluid van koerende duiven, ontbijten we samen in de zon.
De volgende dagen fiets ik op een rode mountainbike door de duinen.
Volstrekt willekeurig neem ik afslagen. Als het leuk klinkt, ga ik er naar toe. Verder is hier toch niets te doen.
Op zoek naar 'Fonteinsnol' leg ik kilometers af. Tussen de open vlaktes maak ik af en toe een foto.
Water, wolken, zand en heel veel leegte. Alleen is hier anders alleen dan in de stad.
Mijn telefoon heeft geen bereik bij het strandhuisje. Alleen ben ik, met de golven, meeuwen en zonsondergang.
Samen met vriendje - de zomerdokter van Texel -, en met prosecco en olijven en windkracht 5.
Na het weekend heb ik spierpijn van het fietsen, zand in al mijn kleren, duizend extra sproeten en erg weinig zin in Amsterdam.
Vandaag moest ik weer werken. Na vijf dagen stilte vond ik het wel erg druk.
Hier is geen plek voor 'dan maar de andere kant op' als je niet verder kan fietsen. Hier heb ik een doel.
En nu heb ik dus heimwee. Ik ben alleen thuis. Op zich geen probleem.
Maar mijn eigen eiland, vol met gezelligheid, drukte en afspraken, het is niet meer genoeg.
De zon is warmer na een dag door de modder scheuren. Stokbrood is lekkerder met een hap zand.
Vis smaakt beter vlakbij de zee.
Vriendje is het fijnst dicht bij mij.
Ik vind het niet leuk meer.
Het regent hier. Kom maar gauw weer terug.
donderdag 11 juni 2009
Taal is zeg maar echt mijn ding
Abonneren op:
Berichten (Atom)
