
Drie dagen geleden zat ik een vliegtuig. Naast het vriendje hing ik doodmoe in de oncomfortabele stoel. De afgelopen vier uur had ik voornamelijk tegen hem gezeurd over opschieten, vluchten missen en hoe irritant dit allemaal was.
Tijdens de uitleg over 'hoe te handelen in een noodsituatie' las ik door in mijn goedkope thriller.
Voor de vorm keek ik nog even op de plastic kaart waarop staat waar de reddingsvesten liggen en hoe je die moet opblazen. Ja ja. Alsof je daar tijd voor hebt wanneer je keihard in de Noordzee flikkert.
Onder ons verdween de geweldige stad Londen achter dikke wolken.
Even realiseerde ik me hoe hoog we nu waren en hoe kwetsbaar. Nou ja.
Bah, morgen weer werken en waar moest ik ook alweer heen dan en zou ik nog iets door moeten lezen en en en... Mijn gedachten waren al verder dan het vliegtuig.
Bang voor vliegen ben ik niet. Ik vind het vooral veel gedoe. Douane, lippenspul in plastic zakjes en veel wachten. Stom. En het vliegen zelf is ook al niet echt leuk.
Ter land is wat mij betreft altijd beter dan ter zee of in de lucht.
Zelfs als een mini-vlucht als die van deze week voorbij is, bel ik altijd even naar huis. Ik ben er nog, fijn he.
Eigenlijk slaat dit telefoontje nergens op.
Na een dag werken of een avond stappen bel ik nooit. Terwijl de kans dat ik dan wordt aangereden of van de trap val duizend keer zo groot is.
Vanmiddag zat ik mijn tijd te verdoen op internet. Ineens een bericht: 'Vliegtuigcrash Schiphol'. Terwijl ik vrolijk op mijn fietsje zat in het Vondelpark, stortte er vlakbij Schiphol een vliegtuig neer in een weiland.
's Avonds waren er op het nieuws alleen maar beelden van drie verfrommelde stukken Boeing. Getuigen en ambulancepersoneel vertelden over hun ervaringen.
Ik dacht aan het kaartje dat ik stuurde vanuit Londen, dat nog niet eens is aangekomen.
De mensen in het neergestortte vliegtuig waren waarschijnlijk langer dan drie dagen op vakantie. Ze hebben vast ook kaartjes gestuurd. En naar huis gebeld. 'We zijn er om elf uur, kom je ons dan halen?'
Ik kan me wel iets voorstellen bij een ongeluk met een vliegtuig dankzij reportages, films en mijn favoriete serie.
Maar niet echt.
Zou er iemand hebben gedacht, terwijl het vliegtuig met driehonderd kilometer per uur de modder inschoof: 'Had ik nou maar wel opgelet bij die noodsituatie instructie'?
Of bekneld tussen twee stoelen 'Was ik nou maar aardiger geweest tegen mijn vriend vanmiddag'?
Misschien wel. Misschien ook wel niet. Ik hoop het laatste.
'We're living through difficult and uncertain times' zei Obama vandaag in een toespraak.
Dat is waar. Het gaat over het leven van alledag. Een verhaal met een moraal, en een ontzettend cliche:
Doe maar je best. Je weet maar nooit.