woensdag 25 februari 2009

Crash


Drie dagen geleden zat ik een vliegtuig. Naast het vriendje hing ik doodmoe in de oncomfortabele stoel. De afgelopen vier uur had ik voornamelijk tegen hem gezeurd over opschieten, vluchten missen en hoe irritant dit allemaal was.
Tijdens de uitleg over 'hoe te handelen in een noodsituatie' las ik door in mijn goedkope thriller.
Voor de vorm keek ik nog even op de plastic kaart waarop staat waar de reddingsvesten liggen en hoe je die moet opblazen. Ja ja. Alsof je daar tijd voor hebt wanneer je keihard in de Noordzee flikkert.
Onder ons verdween de geweldige stad Londen achter dikke wolken.
Even realiseerde ik me hoe hoog we nu waren en hoe kwetsbaar. Nou ja.
Bah, morgen weer werken en waar moest ik ook alweer heen dan en zou ik nog iets door moeten lezen en en en... Mijn gedachten waren al verder dan het vliegtuig.

Bang voor vliegen ben ik niet. Ik vind het vooral veel gedoe. Douane, lippenspul in plastic zakjes en veel wachten. Stom. En het vliegen zelf is ook al niet echt leuk.
Ter land is wat mij betreft altijd beter dan ter zee of in de lucht.
Zelfs als een mini-vlucht als die van deze week voorbij is, bel ik altijd even naar huis. Ik ben er nog, fijn he.
Eigenlijk slaat dit telefoontje nergens op.
Na een dag werken of een avond stappen bel ik nooit. Terwijl de kans dat ik dan wordt aangereden of van de trap val duizend keer zo groot is.

Vanmiddag zat ik mijn tijd te verdoen op internet. Ineens een bericht: 'Vliegtuigcrash Schiphol'. Terwijl ik vrolijk op mijn fietsje zat in het Vondelpark, stortte er vlakbij Schiphol een vliegtuig neer in een weiland.
's Avonds waren er op het nieuws alleen maar beelden van drie verfrommelde stukken Boeing. Getuigen en ambulancepersoneel vertelden over hun ervaringen.

Ik dacht aan het kaartje dat ik stuurde vanuit Londen, dat nog niet eens is aangekomen.
De mensen in het neergestortte vliegtuig waren waarschijnlijk langer dan drie dagen op vakantie. Ze hebben vast ook kaartjes gestuurd. En naar huis gebeld. 'We zijn er om elf uur, kom je ons dan halen?'
Ik kan me wel iets voorstellen bij een ongeluk met een vliegtuig dankzij reportages, films en mijn favoriete serie.
Maar niet echt.
Zou er iemand hebben gedacht, terwijl het vliegtuig met driehonderd kilometer per uur de modder inschoof: 'Had ik nou maar wel opgelet bij die noodsituatie instructie'?
Of bekneld tussen twee stoelen 'Was ik nou maar aardiger geweest tegen mijn vriend vanmiddag'?
Misschien wel. Misschien ook wel niet. Ik hoop het laatste.

'We're living through difficult and uncertain times' zei Obama vandaag in een toespraak.
Dat is waar. Het gaat over het leven van alledag. Een verhaal met een moraal, en een ontzettend cliche:
Doe maar je best. Je weet maar nooit.

dinsdag 17 februari 2009

De Lente-man

Mijn geheugen is selectief en zeer optimistisch.
Ik vergeet vrijwel meteen wat ik niet zo leuk vond aan een bepaalde bijbaan, maar onthoud voor altijd de voordelen.
Na mijn enthousiasme voor Kindergeneeskunde was het logisch dat ik in mijn drie weken vrij geld zou bijverdienen met oppassen.
Hiep hoi, gezellig met mijn achterneefje en - nichtje spelletjes doen, voorlezen en lachen.
Dat striemende februaribuien mijn voetbal-in-het-park-plannen zouden verstoren, tja.
Daar had ik dankzij mijn optimistische geheugen geen rekening mee gehouden.

Net zo min als met drammen, huilen, ziek zijn en klasgenootjes slaan met een zelfgetimmerd houten zwaard.
Na twee weken hadden ze mijn niet perfect rijmende credo 'huilen mag, bij pijn of verdriet, en anders niet' al best goed opgepakt. Natuurlijk doen we een extra verhaaltje voor het slapengaan en wil ik best vijf keer achter elkaar het refrein van 'Op een onbewoond eiland' zingen.
Maar het is niet elke dag feest.

Regen en hagelstenen op je hoofd in de bakfiets is niet iets waar de doorweekte oppas invloed op kan uitoefenen.
Echt niet.
Maar omdat ze vier en vijf jaar oud zijn, hopen ze daar stiekem toch op.

Moegestreden en verkouden sjokten we vandaag naar boven.
'Mijn ta-has is veeeeeeel te zwaar' en 'Wil je me dragen?' galmden door het trappenhuis.
Met twee tassen, boodschappen en een dreinende vierjarige hangend aan m'n been, bereikten we de deur.
Natuurlijk moeten daar de schoenen op een bepaalde onbegrijpelijke manier gerangschikt staan. En het staat nooit goed.
Mijn ogen prikten. Ik moet die lenzenspecialist voor twee uur vandaag nog bellen, dacht ik. Niet vergeten.
Eenmaal binnenshuis was er in recordtijd naast de potlodenbak een oorlog gaande met als oorzaak De Lichtblauw.
Mijn geduld was op. Van lieve supernanny transformeerde ik in een combinatie van Hitler en de Zeeheks.
Ik rukte het potlood uit de handen van de overwinnaar en legde het hoog op een kast. Zo.
Beide partijen lieten het er niet bijzitten. Huilend en schreeuwend werd er protest aangetekend.

'Hou nou eens op!!! Dat gezeur van jullie de hele dag! Denk je dat ik daar op zit te wachten? Nee he! Nee dus. En schiet op want ik moet de lenzenman nog bellen en...'
'Ja!' schreeuwde mijn nichtje instemmend.
Eh...?
'Hoezo?' snauwde ik.

'Je moet echt de Lente-man bellen! Het is al zo lang koud en...' haar verdere uitleg hoorde ik niet door mijn eigen gelach.

Dit is de reden dat mijn geheugen hapert wat betreft de nadelen. Omdat ik, wanneer ik mijn nieuwe leren schoenen nooit meer schoon krijg door modder en regen, even zal denken aan de Lente-man.
Ik moet hem toch echt eens bellen.

dinsdag 10 februari 2009

Ithaka

As you set out for Ithaka
hope your road is a long one,
full of adventure, full of discovery.
Laistrygonians, Cyclops,
angry Poseidon-don't be afraid of them:
you'll never find things like that on your way
as long as you keep your thoughts raised high,
as long as a rare excitement
stirs your spirit and your body.
(...)

Hope your road is a long one.
May there be many summer mornings when,
with what pleasure, what joy,
you enter harbors you're seeing for the first time;
(...)

Keep Ithaka always in your mind.
Arriving there is what you're destined for.
(...)

Ithaka - C.P. Cavafy


Schiphol Airport.
De minst geschikte plek om koffie te drinken van heel Amsterdam.
Op de heenweg heb je haast om weg te gaan, op de terugweg wil je snel naar huis.

En toch heb ik er de afgelopen jaren meerdere espresso's en skinny cafe latte's weggewerkt.
Met een volgepakte backpack naast een ijzeren stoeltje, tussen vriendinnen en ouders, wordt de tijd zo langzaam mogelijk verdreven.
Nog even niet. Nog even niet weg uit de vertrouwde omgeving of nog even niet terug in de sleur van alledag.

Ik ging zelf weg, het afscheid nemen duurde veel te lang. De twijfel, gezaaid door tranen van geliefden, nam toe met de minuut. Ik ga weg, maar eigenlijk wil ik niet.
Als ik mijn tas niet op die weegschaal leg, weet niemand hoeveel kilo Amsterdam ik mee had willen nemen. Ik kan nog omdraaien en naar huis gaan. Ik kan nog terug. Ik mis jullie nu al en ik ben nog niet eens weg.
Maar ik pakte mijn tas en liep door de douane. Ik keek heel laat pas om. In de verte zwaaiden mijn vrienden. Ik zwaaide terug. Da-hag!
Superleuk, avontuur enzo - waarom voel ik me dan zo ellendig?

Op reis. Het gras is groener, de lucht is blauwer en de zee wel warm. Nieuwe ontdekkingen, inzichten en mensen.
Alles is anders. Hoe langer, verder, meer - hoe beter?
Hoe langer, hoe minder er thuis anders is wanneer je weer terugkomt.
Een man weet pas wat hij mist als ze er niet is, zegt de Dijk.
Volgens C.P. Cavafy is de reis zelf belangrijker dan de bestemming.
Home sweet home - mooi gezegd.

Op dit moment zijn er velen onderweg. Maren, Rikkie, Willie en Ca zijn in Afrika, Lau in het koude Noorden. Lykie in het zonnige Zuiden, Ashley in Obama-country.

Als een vriendin weggaat, duurt het afscheid altijd te kort. Iedereen wil een extra kus en we zien elkaar straks weer, maar straks is nog zo ontzettend ver weg. Ik mis je nu al en je bent nog niet eens weg. Je kan nog terug. We willen je hier in Amsterdam houden.
Maar ze pakt altijd haar tas. Ze gaat toch. Tranen wegslikkend zie je haar door de poortjes lopen. Ze kijkt nog even om.
Ze zwaait enthousiast.
Ze gaat op reis. Op zoek naar avontuur.
Kom maar gauw heelhuids weer terug.

Het maakt me niet uit wat iedereen zegt of vindt.
Mijn eiland, mijn Ithaka, is Amsterdam.
De drukte aan de grachten en de rust in Durgerdam.
Af en toe wil ik best wel even weg.
Vele zomermorgens een nieuwe haven te ontdekken, zeldzame verrukking en rust in hart en ziel.
Maar vooral om daarna weer terug te keren.
Om koffie te drinken in de treurige Schiphol-koffiebar. Met al mijn vriendinnen om me heen.