woensdag 12 november 2008

For the love of God



We don't need it do we?
It's fake that's what it be to 'ya, dig me?
Don't believe the hype...

Public Enemy - Don't believe the hype


Vandaag hingen er dikke grijze wolken boven mijn straat.
Het regende.
Vlakbij mijn huis staat het Rijksmuseum. De afgelopen vijf jaar fietste ik daar luid bellend voorbij, terwijl de toeristen net op tijd wegschoten voor mijn wielen.
Vandaag stond ik met ze in de rij voor de ingang.

Binnen zagen we meesterwerken. Zeeslagen, vrouwen en mannen met grote witte kragen, stillevens en natuurlijk veel dikke wolken. De Hollandse lucht in de 17e eeuw.
Ik herkende de straten in mijn buurt in de namen van de schilders. Van de meeste had ik het werk nog nooit gezien. Mijn favoriete markt, de kade waar ik dagelijks overheen fiets, hun naamgevers maakten prachtige landschappen en portretten.
Beschamend eigenlijk dat het lelijkste plein van de stad vernoemd is naar de bekendste artiest uit ons land.

In een van de laatste zalen hingen vooral nare afbeeldingen van dode dieren. Er stond commentaar bij van Damien Hirst. Hij had ze uitgezocht.
Aparte man.
Een lief kindje met krullen hing aan haar moeders arm. 'Mommy, can we see the skull again, pleeeeeaase?'
Oh ja. De skull. Daar kwamen we eigenlijk voor.
Overal door de stad hangen posters van de met 8601 diamanten ingelegde platina schedel. Het kunstwerk dat het meeste geld opleverde voor een nog levende artiest ooit.

Door een donkere kruip-door-sluip-door-gang kwamen we in een zwarte kamer. In het midden stond de schedel. Glitters, lichtjes en nog meer glitters. De diamanten op de schedel weerkaatsten in kleurtjes elke lichtstraal. Betoverd en bijna duizelig keek ik er naar. Wat mooi.

De titel van dit kunstwerk is 'For the love of God'. Dit zei de moeder van de kunstenaar toen hij vertelde over zijn nieuwste plan. Damien was sowieso altijd al een rare jongen. Eerdere projecten hadden iets te maken met een haai op sterk water, sterk uitvergrote beelden van prostaatkanker en vooral veel bloed.
Ik zag het voor me. De moeder, in haar Engelse keuken, witte bonen in tomatensaus opwarmend, luistert naar haar zoon. Hij vertelt haar over zijn idee. Hij gaat een schedel uit 1800 die hij ergens heeft opgeduikeld namaken in platinum. Daarna gaat hij er heel veel diamanten opplakken en de tanden van de schedel weer terugzetten. De moeder kijkt hem aan.
'For the love of God, Damien, what's next?'

Ik vraag het me ook af. De hype is overdreven en de kunstenaar een mafkees. Maar toch. De betoverende glitters maakten de grijze lucht van vandaag een beetje bijzonderder. Wie weet. Fiets ik straks boos door de regen omdat ik naar het Hirst-plein moet.
Niets is onmogelijk.

maandag 3 november 2008

All that she wants







When she woke up late in the morninglight
and the day had just begun
She opened up her eyes and thought
'O what a morning'
It's not a day for work
It's a day for catching tan
Just laying on the beach and having fun
She's going to get you

All that she wants
is another baby
She's gone tomorrow...

Ace of Base - All that she wants


Zweden.
Thuisland van Bjorn Borg, The Hives, Pippi Langkous, ABBA, Roxette, Nils Holgersson, Henning Mankell en natuurlijk Ace of Base.
En nu ook van Laura. En even van Anne.
Daar moet ik op bezoek.
Bij aankomst op het vliegveld ziet de lucht er koud uit en overal staan kerstbomen.
Na bijna drie uur in de trein ben ik in de buurt.
Het is stil en heel erg donker. Niet warm. In mijn hoofd neurie ik 'All that She wants'. Niet bepaald een dag om bruin te worden en op het strand te liggen, vandaag.

En 'another baby' wil ik ook niet. Want ineens sta ik tussen allemaal rode huisjes -bij Lau op de stoep.
De volgende drie dagen zijn wel uitermate geschikt voor 'having fun'. We lopen samen om de meren, praten we alsof we elkaar al vijf jaar niet hebben gezien en doen we meisjesdingen als jurkjes passen en romantische komedies kijken.
Herfst in Falun betekent een dik pak sneeuw. Die blijft liggen, omdat het vriest.
In het huisje gril ik gamba's terwijl we keihard meezingen met alle Nederlandse nummers op mijn iPod.
Het lijkt wel wintersport zonder ski's. Terwijl Laura zich verdiept in de redenen voor revolutie, lig ik onder een dikke deken en lees twee boeken tegelijk.
We evalueren het land.
Behalve hippe meisjes en jongens in heel strakke broeken blijkt iedereen een stiekeme voorraad lelijke warme jassen te hebben. In de supermarkt staan er echt rijen knackebrod en duizend soorten kaviaar.
Naast het vrolijke 'Hej, Hej' in elke winkel is er niets van de taal te begrijpen. We vragen ons af of ze zelf wel volgen wat ze zingen tegen elkaar. Gelukkig kan iedereen, van oma tot emo-gothic-puber, extreem goed Engels praten.
Op Halloween- avond wordt er aangebeld door drie kindjes met een eng masker op. Met een kwaad uitgesproken 'trick or treat' eisen ze snoep. We zoeken overal. Als ze uiteindelijk weggaan met twee chocolade chip cookies per persoon, besluiten we dat we Sint Maarten een veel vriendelijker feest vinden. De koeien hebben staarten en de meisjes hebben rokjes aan.
Maar dat hebben ze hier natuurlijk niet, veel te koud. Daar komt het door. Fair enough.

Na vier dagen rust, regelmaat en heel veel lachen gaan we naar Stockholm.
Daar zijn Anne en Max en Martijn. Hier schijnt de zon en is de sneeuw nog niet gearriveerd. De stad straalt.
In het studentenhuis van An gooien we onze tassen neer. Met onze meest fashionable jasjes aan slenteren we langs de haven. Op gympjes sliden we over de schaatsbaan. We eten 's middags pasta en om elf uur 's avonds toch ook nog maar kebab.
We drinken koffie met rum, sjieke cocktails en bier.
De uitgaansgelegenheid met vier zalen is niet volledig toegankelijk voor toeristen. Dus na wat hangen in de Palladium van Stockholm dansen we onder straalkachels op oude hiphop in de buitenlucht.
De mannen openen de jacht op typisch Zweedse dames. Om de vijf minuten zijn ze verliefd op een andere dikgeplamuurde platinablonde Playboybunny met grote ogen en een bijzonder goede push-up bh.
Wij meisjes bouncen zo goed als we kunnen op KRS-one. We zijn niet de enigen. Er zijn bijzonder weinig negers om voor te doen hoe het wel moet.
Wanneer de club dichtgaat, lopen we langs lange rijen voor andere cafe's. Ergens hoor ik Ace of Base.
'... she's gone tomorrow...'

Dat is waar. De volgende morgen ga ik weer naar huis.
Ik laat An achter in Stockholm en Lau in Falun.
In Amsterdam vind ik het best warm, terwijl het toch behoorlijk koud is.
In mijn eigen huis zit ik achter m'n laptop. De rust is weg, mijn telefoon piept en een tram rinkelt luidkeels voorbij.Buiten zie ik geen bergen, geen bos en geen sneeuw.

Ik hoop dat mijn meisjes 'all that they want' krijgen in het hoge Noorden.