zondag 28 september 2008

La sombra del viento




'En je vergist je ook in Barcelona, want hoewel jij denkt dat je het wel gezien hebt, verzeker ik je dat dat niet zo is en als je wilt, zal ik het je tonen ook.'

Carlos Ruiz Zafon - De schaduw van de wind (blz. 125)

We vergisten ons niet in Barcelona. De laatste dagen van september, het begin van de herfst.
De hoofstad van Catalunya straalde ons tegemoet vanaf het computerscherm. Daar gaan we heen!
Met ons zelf opgestelde kledingregime van alleen jurkjes en hoge hakken zouden we flaneren over de Ramblas, wijn en cocktails drinken en vooral uitermate genieten.
Geen werkstress, vroeg opstaan en denken aan Amsterdam. Lekker niet.

Vier dagen lang legden we kilometers af door schimmige steegjes, brede boulevards en prachtige parken.
Op elke straathoek een ander monumentaal gebouw, gekke schildering of ineens een snoezig terras.
Overal genoeg te zien: mensen, artiesten, palmbomen of geweldige winkeltjes.

In Park Guell voelden we ons behoorlijk toerist. Daar kan sowieso geen jurkje en hippe tas tegenop. Met stiekeme afgunst jegens degenen met rugzak, wandelschoenen en nordic walking stok beklommen we de duizend treden.
De hoge hakjes speelden Guantanamo Bay met onze tenen en kuiten. Au!

Op weg terug naar de stad hadden we sjans. 'Hola!' klonk het vrolijk uit vijf zestienjarige jongensmonden. We keken snel opzij.
'Fawaka...' grijnsde een beugel. Fawaka? We vervolgden ons gesprek over een nieuwe televisieserie.
'Jezus man, ze zijn gewoon Nederlands,' hoorden we achter ons nog.
Gewoon Nederlands.
Dat maakt de zon, de marmeren toegangshal van ons hotel en het relaxte Spaanse ritme extra bijzonder.

Vlakbij het strand zagen we op een bord dat het 26 graden was. Dat vraagt natuurlijk om de aanschaf van een nieuwe zonnebril, slippers en fladderrokjes.
In de stad vierden de stedelingen al de hele week dat de beschermheilige van Barcelona... eh... was geboren? Optochten, balonnen, vuurwerk en overal verklede mensen.
Op weg naar een eerder gespot restaurant konden we nergens meer door dankzij de bizarre stoet.
Dan maar wachten op een muurtje naast een cathedraal bij een gek barretje. Ook goed.
Tranquila tranquila, je weet wel.
Zelfs een gestolen portemonnee bezorgde ons geen slecht humeur. 'Wat een schatje,' wist Simone te zeggen over de politiejongen achter de balie, terwijl ze de formulieren met de gegevens over haar ontvreemde rijbewijs, identificatiekaart en behoorlijke hoeveelheid geld inleverde.

Het was ook een schatje. En het eten is hier heerlijk, de margarita's koud en de wind warm.
Wat een stad. Op weg naar een bijzondere fontein liepen we langs de medische faculteit. Ineens dacht ik er over na. Siesta. Verse gamba's. Turquoise golven. Ik zag mezelf al in het ratelende Catalaans een diagnose vertellen.
Wie weet.

Toen moesten we weer terug. Na een vlucht in het goedkope vliegtuig waar ze niet berekend zijn op Noord-Europese benen stond ik ineens voor m'n eigen huis. De muren zijn recht en er is geen raar ventilatiesysteem nodig want met enkelglas is het al koud genoeg in de winter. Een toerist met een Van Gogh tas in zijn hand knikte me begrijpend toe terwijl ik met de volgewinkelde backpack op mijn rug naar m'n sleutel zocht.
De zon scheen. Hier ook. Gewoon in Nederland. In Amsterdam. Hier woon ik.
Maar ik denk niet dat ik het wel gezien heb in die andere stad.

We vergisten ons niet in Barcelona. We hadden gelijk.




Lieve Simone, mooie blonde godin tussen de Spaanse dwergen, ik heb genoten van deze dagen samen. Misschien niet uitgerust, maar voldaan door gesprekken, uitgaan en lachen om alles, begin ik weer aan een maand nieuwe dingen.
Al twaalf jaar vriendinnen zijn we nu toch echt op weg oude vrouwtjes te worden. Help! Ik weet zeker dat we dat samen wel aankunnen. Voetbalteams, blaren, dieven, werkoverleg, jaarrekeningen, obstakels en beren op de weg... met een blij 'Ja doeiiiii!' komen we er wel uit. Wat was dat ook alweer met die kikker? Dikke kus.

dinsdag 23 september 2008

Monstervarken



Terwijl ik probeer op ordelijke wijze mijn rugzak in te pakken voor vijf dagen in stad van Gaudi, lees ik het nieuws.
Vanmiddag besloot een Finse jongen zijn schoolgenoten neer te schieten. De beurzen in Amerika benaderen steeds vaker het saldo wat op mijn rekening staat.
Oorlog. Pijn. Verdriet.
Stom.
En dan wordt mijn geoefende nieuws-scan oog getriggerd door het woord monstervarken.
Monstervarken?

Monstervarken terroriseert vrouw
ANP
gepubliceerd op 23 september 2008

SYDNEY - Een varken ter grootte van een Shetlandpony terroriseert een vrouw op haar boerderij in Australiƫ. Op geen enkele manier lukt het de 63-jarige Caroline Hayes haar huis te verlaten, meldden Australische media dinsdag.

‘Het is een prachtig mannetjesvarken, maar hij is zo groot en opdringerig’, aldus Hayes via de telefoon. Het beest dat ze Bruce noemt beet haar en duwde haar met zijn volle gewicht weer terug in de woning toen ze probeerde haar toilet buiten te gebruiken.

Plaatselijke agenten hebben gepoogd het monstervarken te vangen, maar tot nu toe zonder succes. Hayes nam de zorg voor Bruce op zich toen hij tien dagen geleden op haar erf verscheen. Maar hij werd steeds agressiever en eiste meer voedsel door Hayes in haar benen te bijten. Ook bonkt hij in de vroege ochtend met zijn kop op haar slaapkamerdeur om duidelijk te maken dat ze moet opstaan.


Ha! Dit kan niet waar zijn. En toch staat het in de krant. Bruce het monstervarken.

De volgende keer dat ik vroeg op moet staan en kwaad naar mijn wekker kijk, zal ik eraan denken dat het ook een varken ter grootte van een Shetlandpony kan zijn die in mijn benen bijt als ik naar de wc wil.

woensdag 10 september 2008

Mooie dag

Het wordt een hele mooie dag vandaag
(...)
En de dag is kort, en de dag is lang
's avonds zijn er stemmen en een liedje op de gang
en ik doe precies wat de dokter zegt
goed je groenten eten en niet te laat naar bed

niet met die pen niet op de grond
niet elke keer niet in de zon
niet op die toon niet tegen mij
en de wolken gaan voorbij
vaarwel, vaarwel

Ik hoop maar dat er roze koeken zijn

Spinvis - Wespen op de appeltaart


Deze dagen zijn voornamelijk lang.
'Time is on my side' zingen de Rolling Stones.
Helemaal niet.
Tijd staat aan de andere kant van het veld obscene gebaren naar mijn club te maken.
In de vier uur -die ik na aftrek van slaap en coschap van de vierentwintig overhoud - prop ik sociale contacten, persoonlijke hygiene, iets van conditietraining, boodschappen en het leefbaar houden van mijn huis.
Het past niet.

Na een mooie dag doen wat de dokter zegt, wil ik het liefst met kleren aan onder de deken kruipen.
Maar in plaats daarvan ren ik een rondje langs de Amstel, fiets ik met twee zware boodschappentassen door de Pijp, klets ik met vriendinnen, kijk ik hoe het met Addison gaat in LA, lees ik de krant en bedenk me dat ik de operaties van morgen nog moet voorbereiden. Ik wil een mooi cijfer voor mijn examens.
De volgende ochtend word ik wakker met mijn studieboek naast mijn kussen. Ik kan me niet herinneren dat ik het heb opengedaan.

Het is zes uur. Het is nog donker. Met tegenzin klik ik m'n lamp aan en zet m'n bril op.
Ik kijk naar de Mount Everest-achtige stapel vuile was, zoek een handdoek en loop naar de douche.
Terwijl ik dapper onder de straal water sta, bedenk ik me dat ik gisteren ben vergeten shampoo te kopen.
Goed. Zeep maakt ook schoon, haar of huid, wat maakt het uit.
Ontbijt. Koffie. Kleren. Tas inpakken.
Om tien over half zeven sta ik naast mijn fiets. Het regent.

Kwart voor acht. In een witte jas gehuld hoor ik wat er zich die nacht heeft afgespeeld in het ziekenhuis.
Het lijkt wel alsof ik een paar dagen weg ben geweest.
Nog elf uur. Dan zit ik weer in de bus naar huis.
En als ik dan thuis kom dan zal ik gaan stofzuigen, de vissenkom schoonmaken, eten met vrienden, opruimen, de schone was sorteren, hard studeren en nu echt op tijd naar bed.

Dat lukt natuurlijk niet. Maar vier uit zes is een dikke voldoende.
Als multi-tasken een olympische sport was, kreeg ik een medaille.
Nog zeven dagen chirurgie en dan is het de laatste dag.
Ik hoop maar dat er roze koeken zijn.