

'En je vergist je ook in Barcelona, want hoewel jij denkt dat je het wel gezien hebt, verzeker ik je dat dat niet zo is en als je wilt, zal ik het je tonen ook.'
Carlos Ruiz Zafon - De schaduw van de wind (blz. 125)
We vergisten ons niet in Barcelona. De laatste dagen van september, het begin van de herfst.
De hoofstad van Catalunya straalde ons tegemoet vanaf het computerscherm. Daar gaan we heen!
Met ons zelf opgestelde kledingregime van alleen jurkjes en hoge hakken zouden we flaneren over de Ramblas, wijn en cocktails drinken en vooral uitermate genieten.
Geen werkstress, vroeg opstaan en denken aan Amsterdam. Lekker niet.
Vier dagen lang legden we kilometers af door schimmige steegjes, brede boulevards en prachtige parken.
Op elke straathoek een ander monumentaal gebouw, gekke schildering of ineens een snoezig terras.
Overal genoeg te zien: mensen, artiesten, palmbomen of geweldige winkeltjes.
In Park Guell voelden we ons behoorlijk toerist. Daar kan sowieso geen jurkje en hippe tas tegenop. Met stiekeme afgunst jegens degenen met rugzak, wandelschoenen en nordic walking stok beklommen we de duizend treden.
De hoge hakjes speelden Guantanamo Bay met onze tenen en kuiten. Au!
Op weg terug naar de stad hadden we sjans. 'Hola!' klonk het vrolijk uit vijf zestienjarige jongensmonden. We keken snel opzij.
'Fawaka...' grijnsde een beugel. Fawaka? We vervolgden ons gesprek over een nieuwe televisieserie.
'Jezus man, ze zijn gewoon Nederlands,' hoorden we achter ons nog.
Gewoon Nederlands.
Dat maakt de zon, de marmeren toegangshal van ons hotel en het relaxte Spaanse ritme extra bijzonder.
Vlakbij het strand zagen we op een bord dat het 26 graden was. Dat vraagt natuurlijk om de aanschaf van een nieuwe zonnebril, slippers en fladderrokjes.
In de stad vierden de stedelingen al de hele week dat de beschermheilige van Barcelona... eh... was geboren? Optochten, balonnen, vuurwerk en overal verklede mensen.
Op weg naar een eerder gespot restaurant konden we nergens meer door dankzij de bizarre stoet.
Dan maar wachten op een muurtje naast een cathedraal bij een gek barretje. Ook goed.
Tranquila tranquila, je weet wel.
Zelfs een gestolen portemonnee bezorgde ons geen slecht humeur. 'Wat een schatje,' wist Simone te zeggen over de politiejongen achter de balie, terwijl ze de formulieren met de gegevens over haar ontvreemde rijbewijs, identificatiekaart en behoorlijke hoeveelheid geld inleverde.
Het was ook een schatje. En het eten is hier heerlijk, de margarita's koud en de wind warm.
Wat een stad. Op weg naar een bijzondere fontein liepen we langs de medische faculteit. Ineens dacht ik er over na. Siesta. Verse gamba's. Turquoise golven. Ik zag mezelf al in het ratelende Catalaans een diagnose vertellen.
Wie weet.
Toen moesten we weer terug. Na een vlucht in het goedkope vliegtuig waar ze niet berekend zijn op Noord-Europese benen stond ik ineens voor m'n eigen huis. De muren zijn recht en er is geen raar ventilatiesysteem nodig want met enkelglas is het al koud genoeg in de winter. Een toerist met een Van Gogh tas in zijn hand knikte me begrijpend toe terwijl ik met de volgewinkelde backpack op mijn rug naar m'n sleutel zocht.
De zon scheen. Hier ook. Gewoon in Nederland. In Amsterdam. Hier woon ik.
Maar ik denk niet dat ik het wel gezien heb in die andere stad.
We vergisten ons niet in Barcelona. We hadden gelijk.

Lieve Simone, mooie blonde godin tussen de Spaanse dwergen, ik heb genoten van deze dagen samen. Misschien niet uitgerust, maar voldaan door gesprekken, uitgaan en lachen om alles, begin ik weer aan een maand nieuwe dingen.
Al twaalf jaar vriendinnen zijn we nu toch echt op weg oude vrouwtjes te worden. Help! Ik weet zeker dat we dat samen wel aankunnen. Voetbalteams, blaren, dieven, werkoverleg, jaarrekeningen, obstakels en beren op de weg... met een blij 'Ja doeiiiii!' komen we er wel uit. Wat was dat ook alweer met die kikker? Dikke kus.
