
Toen ik nog thuis woonde werd er nooit iets verpest.
Mijn moeder sorteert zelfs sokken netjes op kleur, zet shirts met een olievlek meteen in de Biotex en krijgt fietssmeer uit je lichtblauwe spijkerbroek.
Alles komt weer lekker fris ruikend en gestreken in de kast, van nieuw zijden blousje tot oud kussensloop.
In mijn eerste drie weken op kamers wist mijn huisgenote mijn allerfavorietste wollen vest te transformeren in een gevilte babybadjas.Kwaad zette ik drie bierkratjes op elkaar en trok het natte ding eromheen. Misschien kon ik hem nog een beetje uitrekken. Het resultaat was bijzonder teleurstellend.
Ik nam me voor net zo mijn best te doen als mijn moeder.
En dat doe ik ook. Braaf selecteer ik niet alleen wit, zwart en gekleurd, maar maak ik ook stapels met 'rozerood', 'grijsblauw', 'fijnwas' en heel soms was ik zelfs iets op de hand.
Ik doe alleen dekbedovertrekken en handdoekken in de droger.
Ik vind de was doen leuk.
En nu staat er in mijn huis een nieuwe wasmachine. Met zesduizend programma's en veel meer temperatuurinstellingen dan de vorige.
Vanavond kwam ik na een lange dag opereren thuis. De stapel lichtgekleurd deed ik voor ik voor de tv ging hangen nog even in de machine. Op dertig graden, want mijn net aangeschafte grijze truitje zat erbij.
In de keuken voor een kop koffie keek ik nog even tevreden naar het apparaat.
En zag dat ik de soepele doordraaiknop een iets te enthousiaste slinger had gegeven. Vijf-en-negentig graden.
Die optie bestond niet eens op de oude.
Snel drukte ik op 'Herstel'. Het gebrom van de machine hield op. Het lichtje bleef knipperen bij centrifugeren. Oftwel bijna klaar. Zucht.
Ik ben geen groot fan van Murphy's Law. Natuurlijk had mijn nog nooit gewassen donkerroze sjaal zich ook nog verstopt tussen mijn dure joggingbroek en twee overhemden.
Dus nu heb ik onder andere vier uitgaansshirtjes die vast te krap zitten bij Kylie Minogue, drie beigebruine truien, een smerig gevlekte ex-limegroene sportbroek en twee kledingstukken die hun eerste maand wel zonder scheuren, maar niet zonder grauwe waas hebben overleefd.
Toen ik vanmiddag met drie klemmen de dikke darm buiten iemands buik hield, vroeg de chirurg wat ik wilde worden en waarom. Moeilijke vraag. Iets waarmee je dokter bent en makkelijk mensen blij maakt.
Ik zei dat ik nadacht over huisarts. Dat leek hem een goed beroep voor een vrouw, 'lekker parttime, kan je ook nog botehammen smeren, stofzuigen en de was doen'.
Ondergespetterd met bloed, wondvocht en vet, vond ik dat hij eigenlijk wel gelijk had.
Ik vind de was doen leuk. Gestresst door het ziekenhuis lopen niet.
Het nieuwe grijze truitje hangt te drogen. Die roze veeg over de voorkant maakt vast niet zoveel uit als je het koud hebt.
Morgen ga ik er een zwerver met een kleine maat 34 erg blij mee maken.
Het is een roeping, natuurlijk.
