maandag 21 juli 2008

Was


Toen ik nog thuis woonde werd er nooit iets verpest.
Mijn moeder sorteert zelfs sokken netjes op kleur, zet shirts met een olievlek meteen in de Biotex en krijgt fietssmeer uit je lichtblauwe spijkerbroek.
Alles komt weer lekker fris ruikend en gestreken in de kast, van nieuw zijden blousje tot oud kussensloop.

In mijn eerste drie weken op kamers wist mijn huisgenote mijn allerfavorietste wollen vest te transformeren in een gevilte babybadjas.Kwaad zette ik drie bierkratjes op elkaar en trok het natte ding eromheen. Misschien kon ik hem nog een beetje uitrekken. Het resultaat was bijzonder teleurstellend.

Ik nam me voor net zo mijn best te doen als mijn moeder.
En dat doe ik ook. Braaf selecteer ik niet alleen wit, zwart en gekleurd, maar maak ik ook stapels met 'rozerood', 'grijsblauw', 'fijnwas' en heel soms was ik zelfs iets op de hand.
Ik doe alleen dekbedovertrekken en handdoekken in de droger.
Ik vind de was doen leuk.

En nu staat er in mijn huis een nieuwe wasmachine. Met zesduizend programma's en veel meer temperatuurinstellingen dan de vorige.
Vanavond kwam ik na een lange dag opereren thuis. De stapel lichtgekleurd deed ik voor ik voor de tv ging hangen nog even in de machine. Op dertig graden, want mijn net aangeschafte grijze truitje zat erbij.
In de keuken voor een kop koffie keek ik nog even tevreden naar het apparaat.
En zag dat ik de soepele doordraaiknop een iets te enthousiaste slinger had gegeven. Vijf-en-negentig graden.
Die optie bestond niet eens op de oude.
Snel drukte ik op 'Herstel'. Het gebrom van de machine hield op. Het lichtje bleef knipperen bij centrifugeren. Oftwel bijna klaar. Zucht.
Ik ben geen groot fan van Murphy's Law. Natuurlijk had mijn nog nooit gewassen donkerroze sjaal zich ook nog verstopt tussen mijn dure joggingbroek en twee overhemden.
Dus nu heb ik onder andere vier uitgaansshirtjes die vast te krap zitten bij Kylie Minogue, drie beigebruine truien, een smerig gevlekte ex-limegroene sportbroek en twee kledingstukken die hun eerste maand wel zonder scheuren, maar niet zonder grauwe waas hebben overleefd.

Toen ik vanmiddag met drie klemmen de dikke darm buiten iemands buik hield, vroeg de chirurg wat ik wilde worden en waarom. Moeilijke vraag. Iets waarmee je dokter bent en makkelijk mensen blij maakt.
Ik zei dat ik nadacht over huisarts. Dat leek hem een goed beroep voor een vrouw, 'lekker parttime, kan je ook nog botehammen smeren, stofzuigen en de was doen'.
Ondergespetterd met bloed, wondvocht en vet, vond ik dat hij eigenlijk wel gelijk had.
Ik vind de was doen leuk. Gestresst door het ziekenhuis lopen niet.

Het nieuwe grijze truitje hangt te drogen. Die roze veeg over de voorkant maakt vast niet zoveel uit als je het koud hebt.
Morgen ga ik er een zwerver met een kleine maat 34 erg blij mee maken.
Het is een roeping, natuurlijk.

woensdag 16 juli 2008

Freestyle

In mijn witte jas en inmiddels bijbehorende vormeloze witte broek zit ik aan de zijkant van een lange tafel.
Aan de overkant zitten de chirurgen in opleiding en aan het hoofd de 'bazen'. De opperchirurgen.

Volgens een voorgeschreven schema lees ik een samenvatting voor van het dikke dossier van de patient die morgenochtend onder een blauwe doek zal liggen met zijn buikhuid opengeklapt.
Het is een ingewikkeld verhaal. Hij is al tien keer eerder geopereerd aan alle mogelijke organen.
Halverwege word ik onderbroken door een chirurge in opleiding. Ze begint haar zin met 'Niet om onaardig te doen...' en geeft me vervolgens het gevoel dat ik toch wel de grootste sukkel ben die ze ooit in haar geweldig succesvolle leven heeft gezien.
Het gaat over hoofd- en bijzaken en hoe het wel moet.
Stel je voor dat ze en plein public een keer wel onaardig wil doen. Dan zorg ik dat ik niet in de buurt ben.
Met een rood hoofd raffel ik het verhaaltje af.
Terwijl ik nog probeer a la Mathilda van Roald Dahl met mijn ogen het koffiebekertje over een bepaald groen operatiepak te gooien, gaat de overdracht verder.

Het lijkt wel alsof bij de snijdende vakken van de geneeskunde het praten ten alle tijde tot een minimum beperkt moet worden.
De afkortingen en onbegrijpelijke termen komen razendsnel voorbij.
Het is een wedstrijd. Wie het meeste weet van 'de nieuwste inzichten' wint.
Iedereen probeert zo snel mogelijk te reageren.
Allang de draad kwijt kijk ik toe.
Een 'baas' weet met zijn commentaar eenzelfde moordlustige blik bij een bijna-chirurg op te wekken.

Het is net een rapbattle, alleen rijmt het niet.
Stieken hoop ik op een 'oooooh... nasty...' van de overkant.
Helaas.
Na ' dat was 't dan' is het weer voorbij.

Dus nu ben ik thuis. Ik stofzuig m'n kleed, verplaats alle meubels en kijk naar een sprookjesfilm op de televisie.
Morgen ga ik weer aan m'n rhymes werken.
Hoofd- en bijzaken, jeweettoch...

woensdag 2 juli 2008

And the living is easy


Summertime,
And the livin' is easy
Fish are jumpin'
And the cotton is high

Your daddy's rich
And your mamma's good lookin'
So hush little baby
Don't you cry

One of these mornings
You're going to rise up singing
Then you'll spread your wings
And you'll take to the sky

Gershwin- Summertime


Na een woest weekend met Awakenings, Atmosphere en nog wat extra afterparties lag ik vanmiddag in mijn bikini in het Sarphatipark. De lucht was onwaarschijnlijk blauw en het gras bijna geel.
Met een flesje water en een boek lag ik in de felle zon. Op mijn ipod luisterde ik naar voorgelezen verhalen en Satie.
Geen zieke, dode of gestoorde mensen te bekennen. Zelfs de zwerver naast me zat uitermate te chillen met een euroshopper biertje in z'n hand.
Na anderhalf uur had ik het een beetje te warm. In de winkel van mijn oom kreeg ik iced cappucino en een tosti.
Ik slenterde over de Albert Cuyp zonder iets te kopen.
Daarna zat ik met nicht Rifka en babynichtje Elin onder een grote boom. We gooiden over met de strandbal en bliezen bellen met Jip en Janneke-bellenblaas.
We lazen over rupsje-nooitgenoeg. Het rupsje eet zich door allemaal lekkers heen en verandert uiteindelijk in een fantastische vlinder.
Elin is nog geen twee. Ze kan nog niet lopen of praten en lacht het hardst als iemand over haar arm kriebelt.

Soms is het ineens wel genoeg. De twee weken vakantie die ik tussen mijn drukke doktersbestaan heb leken alleen maar heel kort. Maar na maximaal genieten van de feestjes dit weekend duurde deze zomerdinsdag ineens heel lang.
Wat fijn, alles.
Ik vroeg me even af wat ik heb gedaan met mijn zes maanden wachttijd vorig jaar.
'You don't know what you got 'til it's gone' zongen Joni Mitchell en Janet Jackson.
Misschien besef je juist wel meer wat je hebt als het eenmaal zover is.
Morgen moet ik werken in mijn oude restaurant. Ik hoef pas om twaalf uur te beginnen.
Wat een luxe na drie maanden om zes uur 's ochtend opstaan.
De rest van de week is vooral ingevuld met feestjes en uitslapen.

Het idee dat ik nog tien dagen vergelijkbaar met vandaag ga meemaken voelt alsof er iemand bellen voor me blaast en continue over m'n arm kriebelt.
The living is easy.