maandag 23 juni 2008

Buitenspel

Daar zat een klein zigeunermeisje, huilend op een steen
Huilend, huilend, helemaal alleen..


Afgelopen zaterdag stond ik op een steen. Niet huilend, en al helemaal niet alleen.
In een oranje hemdje, met een biertje in mijn hand en met nog heel veel mensen zong ik bij elke redding mee met het 'Van de Sar, van de Sar van de Sar'.
De steen is normaal een tafeltje van een cafe op de Albert Cuyp. Maar zo kon ik wel de televisie goed zien.
Reuze spannend.
En behoorlijk jammer, dat ook.

De laatste weken werd ik best een beetje aangestoken door het Oranje-virus. Juichend zag ik mijn poule-voorspelling en de bravoure van de Italianen en Fransen de mist ingaan. Normaal ben ik uitermate sceptisch, maar na de Poule Des Doods te hebben overleefd, geloofde ik er weer in. Wie weet worden we wel kampioen!
Elke dag las ik in de krant hoe geweldig en mooi en goed 'onze jongens' wel niet waren. Ik liep extra snel naar huis om de voorbeschouwing niet te missen.
Op het terras van de Groene Vlinder was het nooit eerder zo gezellig. Het leek wel zomervakantie en koninginnedag tegelijk.
Maar voetbal is natuurlijk alleen leuk als we winnen.

Dus nu hoef ik niet meer mijn best te doen om te volgen of dit nou een corner had moeten worden of niet. Ik heb geen excuus meer om meteen na mijn werk op het terras te staan en dingen te roepen als 'het is stil aan de oooverkant'. Dat laat ik wel weer aan de mannen over. Die hebben daar toch meer verstand van.

Zaterdag was het even heel duidelijk wat buitenspel staan is. Dat is als je 3-1 achterstaat en nog maar twee minuten mag voetballen tegen een team wat al dik anderhalf uur beter is.
Dan kan je niet meer meedoen. Dan is het afgelopen.
Stom zeg.

Ik stapte teleurgesteld van de steen.
Dat krijg je ervan. Als je niet met beide benen op de grond blijft staan. Dat verpest uiteindelijk je humeur.

vrijdag 13 juni 2008

Al mijn opgedronken lenzen

Voordat ik op reis ging had ik naast mijn wastafel een uitgeknipte column uit het Volkskrant Magazine hangen. Getiteld: 'Al mijn opgedronken lenzen'. Geschreven door Adriaan Jaeggi. Een schrijver van mooie boeken en geweldige gedichten.
De column ging over ijdelheid, studentenleven, contactlenzen en relaties. Grappig, scherp en heel herkenbaar voor iedereen. Ook zonder min negen en lenzen.

De afgelopen twee weken had ik dienst op de eerste hulp/consulten. Ik zag erg weinig ER-achtige spannende nieuwe gevallen.
De meeste mensen op de spoedeisende hulp hebben met spoed hulp nodig omdat hun afschuwelijke levensbedreigende ziekte nu toch aan het winnen is.
Ze zijn meestal niet eens heel oud, maar wel kaal, bleek, en heel erg ziek. Met kinderen en echtgenoten die bezorgd naast het bed staan. Soms vraagt iemand wat er te zien is op de rontgenfoto die we net hebben gemaakt.
De vraag omzeilend zeg ik dan iets over hoe de foto goed gelukt is en niet opnieuw hoeft. En daar laat ik het bij. Omdat wat er echt op te zien is een grote tumor is. Die groter is dan op de vorige foto. Die betekent dat de kinderen terecht bezorgd zijn.

De eerste twee weken coschappen deed ik in maart op de afdeling Oncologie in de VU. Omdat de VU een academisch ziekenhuis is, lagen er voornamelijk mensen met bijzondere, in andere ziekenhuizen niet te behandelen soorten kanker. Tijdens mijn eerste vier dagen gingen er drie mensen dood en was ik bij een groot aantal 'slecht nieuws' gesprekken.
Zonder betekenisvolle functie stond ik erbij en keek er naar. Een jongen die een maand jonger was dan ik kreeg te horen dat de ziekte helaas ook zijn hersenen had gevonden. Ik durfde hem niet aan te kijken. Met een raar gevoel in m'n keel staarde ik naar de grond.
Op de gang vroeg zijn dokter of het wel ging. Aan mij. 'Met mij gaat alles wel goed' dacht ik. Binnensmonds mompelde ik 'dat ik het toch wel erg verdrietig' vond en probeerde m'n tranen terug te duwen. Het mislukte compleet. Snel liep ik naar de artsenkamer op de gang en deed de deur dicht. Ik gaf mijn lenzen de rest van de dag de schuld van mijn rooie ogen.

Nu is het twee maanden later. Ik heb niet meer gehuild. Ik stond deze week naast het bed van een veertigjarige man met overal door zijn buik kwaadaardige cellen waar niets meer aan te doen is. Op het prikbord aan zijn voeteneind hing een foto van zijn zesjarige zoontje.
Diezelfde avond fietste ik door het Vondelpark. De zon scheen, overal zaten mensen in vrolijke zomerkleren met een fles wijn in het gras. Moe en chagerijnig gooide ik mijn fiets neer naast mijn vriendinnen. 'Heb je nog leuke dingen gezien vandaag?' vroegen ze.
Ik dacht er even over na. Nee. Ik wilde beginnen aan een verhaal over hoe oneerlijk ziektes zijn en gaf het bijna meteen weer op. Met een cocktail in mijn hand zat ik op een kleed en luisterde naar vakantieplannen en roddels.
Afgestompt. Er valt iets voor te zeggen. En werk mee naar huis is nergens goed voor.

Vanochtend las ik in de krant dat Adriaan Jaeggi, 45 jaar, dinsdagavond is overleden aan darmkanker. De column die naast mijn wastafel hing heb ik weggehaald en ik weet niet meer waar hij is. Ik kende de schrijver niet. Ik weet niet eens hoe zijn achternaam echt moet worden uitgesproken.
Hij schreef over van alles. Over literatuur, muziek, liefde, leven en dood.
Mijn wat-zielig-tolerantie grens is verlegd. Geen verhalen meer over opgedroogde tranen. Maar ook niet over opgedronken lenzen.
Ik vind het toch wel erg verdrietig.

donderdag 5 juni 2008

De Goede Zaak



Gisternacht werd bekend dat Barack Obama de kandidaat wordt voor de Democraten.
Hiep Hiep Hoera!
Een goede zaak, want hij is namelijk zwart. En dat is nog niet eerder voorgekomen in de geschiedenis van Amerika.
Strict genomen is hij bruin, en als er met zwart Afro-Amerikaans bedoeld wordt, is hij net zo goed wit, want zijn moeder is Amerikaans en zijn vader Keniaan.
Maar toch.

In de trein las ik in de krant dat in hetzelfde Amerika heel veel mensen boos zijn geworden op een presentatrice die in een reclamespot een sjaal droeg die geassocieerd wordt met terrorisme.
De sjaal die zij omheeft lijkt op de doek die Arafat vaak om zijn hoofd had.
Hadden voorheen voornamelijk arabieren en krakers een dergelijk accessoire bij zich, de laatste jaren is het een hip modeding geworden.
Als eerste opgepikt door getroubleerde gothics en emo-meisjes, nu heeft elke semi-trendvolger het ding in de kast liggen.
Hij is allang niet meer fashionable.

Ik heb ook zo'n soort sjaal. Opgepimped met kraaltjes, belletjes en muntjes heeft hij mij vergezeld naar concerten en avondjes in de kroeg. Vandaag had ik hem na een lange tijd weer eens om. Het was net te koud voor alleen een hemdje en vest, vond ik.
Rinkelend liep ik het ziekenhuis binnen. Om iets serieuzer genomen te worden deed ik hem snel af en propte hem in m'n tas.
Aan het eind van de dienst haalde ik hem weer tevoorschijn. In de steriele omgeving viel me ineens iets op.
Rook de sjaal in de kroeg voornamelijk naar mijn parfum, hier niet.
De kraaltjes en frutsels heb ik er zelf aan vast gemaakt, niet al te stevig en op amateuristische wijze. Tot op heden heb ik hem nog niet in de wasmachine durven stoppen - het risico op een kapotte nieuwe wasmachine leek me te groot.
En dus merkte ik het.

Mijn allang-niet-meer-hippe-sjaal stinkt. Naar verschraald bier en sigaretten. Getver.
De associatie met een gekraakte woning zonder stromend water kwam in me op.
Acties tegen leegstand zijn natuurlijk een goede zaak, maar bakstenen gooien door de ramen van de woning van onze allerliefste burgemeester niet.
En al neig ik naar iets meer sympathie voor de Palestijnen, me kleden naar idealen laat ik liever aan tieners met vet haar en hippies over. Biologisch geweven broeken en anarchistische applicaties zijn niets voor mij.

Weer terug op het station overwoog ik handwas. Op die manier kan ik dat smerige vodje nog een keer om als ik het echt wil. Misschien wil ik dat nog wel een keer. De sjaal was ook deel van mijn andere leven. Een vrolijk leven zonder wekker en stethoscoop. Vol dagen met een kater en zonder een vooropgesteld plan.

De Amerikanen die boos waren op het reclamemeisje hebben niet goed gekeken. Haar sjaal is niet eens een echte Arafat-theedoek. Daarbij vermoed ik dat haar styliste niet aan het Israel-Palestina conflict heeft gedacht en dat zij ook geen boodschap wil uitzenden waarbij bussen, bomgordels en doden een rol spelen.
Ik weet het niet zeker, maar behalve de sjaal is niets zwart-wit.
Mensen nemen van alles aan zonder alle opties te bestuderen.

Misschien kan Obama daar iets aan doen. Als hij straks de eerste zwart-witte president is van Amerika.
Laten we het hopen.

zondag 1 juni 2008

Doorschijntelefoon

En voor de vrolijke noot op een brakke zondagmiddag is er naast een The Real World - Sydney marathon op MTV (ja! vechten! schreeuwen! huilen! hoera!) altijd nog Jamba.

Je kan een gadgetabonnement nemen op iets waarmee het lijkt alsof je met je telefoon door mensen hun kleren heen kan kijken.
Normaal ongehinderd door zelfkennis roept de altijd iets te blije stem in dit spotje 'het werkt natuurlijk niet echt, maar het is wel lachen!!!'

Waar ik wel een beetje om moet lachen is hoe je deze ultiem nutteloze afbeelding kan downloaden.
'Sms nu NIETS AAN naar 9292!'

Niets aan. Wat flauw. Maar door slaapgebrek en een aanzienlijke kater zit ik als een combinatie van Beavis en Butthead dom te lachen op mijn bed.
Huhuhuhu.