This is the first day of my life
I swear I was born right in the doorway
I went out in the rain,
suddenly everything changed
They're spreading blankets on the beach
Bright Eyes - The first day of my life
Vandaag was de eerste dag van mijn echte doktersleven.
Er gaat vast veel veranderen.
Maar vandaag viel het mee. Beetje praten, met lichtjes in elkaars ogen schijnen en proberen lymfeklieren te voelen die bij gezonde mensen niet te voelen horen te zijn.
En toen kregen we ons co-rooster.
Voor de komende twee jaar staat mijn leven vast.
Van 31 augustus tot 14 september 2009 'doe' ik Dermatologie in Hoofddorp.
Ik ben officieel klaar met mijn Oudste Coschap (nog in te vullen) op 4 januari 2010.
Gatver.
Twee-duizend-tien!
Halloooo - science fiction. Misschien zijn er dan wel vliegende auto's.
Toen ik in 2002 begon met Geneeskunde was ik er niet van overtuigd dat dit mijn roeping was. Ik vond E.R. wel leuk (en dan vooral George Clooney toen hij nog niet zo grijs was dat mensen eerder Nespresso kiezen). En mijn vakkenpakket paste erbij.
En ik was achttien en kon geen scenarioschrijver worden, want behalve dat ik niet goed genoeg was, was ik ook te jong.
Als ik later groot was, zou ik volwassen dingen gaan doen. Misschien wel echte doktersdingen.
Ik had geen idee hoe mijn leven er acht jaar later uit zou zien.
En nu ben ik dus in de praktijk begonnen. Met doktersdingen.
Terwijl ik de elektrische stroompjes die door het hart lopen probeer te begrijpen, kijk ik met een half oog naar de televisie.
Tom Cruise wordt opgezogen in een monster en redt de wereld met een handgranaat. Het lijkt me in de toekomst.
Mijn aandacht is getrokken.
In welk jaar zou het spelen? Misschien wel 2010. Rare ruimtemonsters kunnen per slot van rekening altijd opduiken als je ze het minst verwacht.
Ik focus me weer op mijn studieklapper.
Op de voorkant heb ik drie poppetjes getekend tijdens de communicatieles vandaag.
Sommige dingen veranderen nooit.
maandag 28 januari 2008
zondag 27 januari 2008
Morgen
Een, twee feestjes in me skinny jeans
In me skinny jeans, in me skinny jeans
Drie, vier, vijf feestjes in me skinny jeans
In me skinny jeans, skinny skinny jeans
Lekker, ja, ja
Le Le - Skinny Jeans
Zo.
Geen feestjes meer voor mij voorlopig.
Morgen begin ik eindelijk met mijn co-schappen.
De eerste vijf weken zijn een soort voorbereidingsweken voor de rest van de twee jaar.
Nog even een herhaling van de theorie voordat ik in de praktijk begin.
Mijn skinny jeans met hippe gympjes moeten plaatsmaken voor nette schoenen en een witte jas.
Mijn doordeweekse even-wat-drinken-avondjes zijn verleden tijd.
Als je om zes uur moet opstaan kan je beter niet na enen in je bed liggen.
In plaats van mee te puzzelen met Lost Seizoen 4 ga ik mijn hersenen gebruiken om medicijnen te onthouden.
Ik ga tussendoor hard studeren en gezond eten.
Twee jaar.
Dat zijn 24 maanden, 104 weken of 730 dagen.
Zevenhonderd dertig dagen.
Jeetje.
Ik ben benieuwd.
In theorie ben ik de ideale co-assistent.
Nu de praktijk nog.
In me skinny jeans, in me skinny jeans
Drie, vier, vijf feestjes in me skinny jeans
In me skinny jeans, skinny skinny jeans
Lekker, ja, ja
Le Le - Skinny Jeans
Zo.
Geen feestjes meer voor mij voorlopig.
Morgen begin ik eindelijk met mijn co-schappen.
De eerste vijf weken zijn een soort voorbereidingsweken voor de rest van de twee jaar.
Nog even een herhaling van de theorie voordat ik in de praktijk begin.
Mijn skinny jeans met hippe gympjes moeten plaatsmaken voor nette schoenen en een witte jas.
Mijn doordeweekse even-wat-drinken-avondjes zijn verleden tijd.
Als je om zes uur moet opstaan kan je beter niet na enen in je bed liggen.
In plaats van mee te puzzelen met Lost Seizoen 4 ga ik mijn hersenen gebruiken om medicijnen te onthouden.
Ik ga tussendoor hard studeren en gezond eten.
Twee jaar.
Dat zijn 24 maanden, 104 weken of 730 dagen.
Zevenhonderd dertig dagen.
Jeetje.
Ik ben benieuwd.
In theorie ben ik de ideale co-assistent.
Nu de praktijk nog.
maandag 21 januari 2008
Lente... or something like it
Wat is het warm voor januari.
En wat regent het hard. En veel. En vaak.
Het is nog steeds meer tijd wel donker dan niet.
Na drie kwijtgeraakte handschoenen (en dus drie zielige in de kast) hoef ik ze toch niet meer aan.
Maar lente?
Niet echt.
Ik voel nog niet die bijna-op-een-kleed-in-het-Vondelpark-vibe.
Geen kriebels, vlindersof anderszins clichematige lentegevoelens.
Geen enorme zin in de grote voorjaarsschoonmaak.
En toch.
Planten in mijn huis gaan meestal dood voor ze gaan bloeien.
Of ik geef ze teveel water, of te weinig.
Ik ben geen plantenmens.
En toch is het lente in mijn huis.
Met dank aan een impulsaankoop bij de Appie.
Scheefgroeiende, omgevallen lente.

En wat regent het hard. En veel. En vaak.
Het is nog steeds meer tijd wel donker dan niet.
Na drie kwijtgeraakte handschoenen (en dus drie zielige in de kast) hoef ik ze toch niet meer aan.
Maar lente?
Niet echt.
Ik voel nog niet die bijna-op-een-kleed-in-het-Vondelpark-vibe.
Geen kriebels, vlindersof anderszins clichematige lentegevoelens.
Geen enorme zin in de grote voorjaarsschoonmaak.
En toch.
Planten in mijn huis gaan meestal dood voor ze gaan bloeien.
Of ik geef ze teveel water, of te weinig.
Ik ben geen plantenmens.
En toch is het lente in mijn huis.
Met dank aan een impulsaankoop bij de Appie.
Scheefgroeiende, omgevallen lente.

woensdag 16 januari 2008
Baard
In de stromende regen duw ik de bakfiets met twee driejarige meisjes erin tegen de brug op.
Terwijl mijn schoenen doorlekken en mijn regenbroek niet zo waterdicht is als het lijkt, zingen zij vrolijk hun variatie op een bekend wijsje.
'Het regent, het zegent, de pannetjes worden nat. Er kwamen twee Marije-tjes aan, die vielen in een gat!'
Lachen gieren brullen.
Er komt een man ons tegemoet. Hij ziet er op z'n zachtst gezegd apart uit. Hij heeft een paarse neonbroek met zwarte applicaties en een rooie bontachtige cape aan.
Op z'n hoofd heeft hij een paarse muppetmuts.
Het wordt stil in de bakfiets.
Twee hoofdjes draaien zich om.
Ik verwacht commentaar waarvoor ik zou willen dat ik echt in een gat kan springen.
De meedogenloze eerlijkheid van driejarigen ken ik inmiddels wel.
'Wat heb jij eigenlijk dikke billen!' tegen mij in een volle Albert Heijn.
'Kan die mevrouw nog niet zo goed lopen?' over een bejaarde met een rollator op de Albert Cuyp.
De kabouter on acid passeert ons.
Ik zeg niets en glimlach lief naar de twee prinsesjes.
Misschien valt het mee.
'Weetje... waarom heeft die meneer een baard?' klinkt het dan.
Huh? Had hij een baard?
'Dat is lekker warm,' zeg ik opgelucht.
Dat is blijkbaar een heel plausibele verklaring.
Ze zingen verder.
Ik begrijp er niets van.
Terwijl mijn schoenen doorlekken en mijn regenbroek niet zo waterdicht is als het lijkt, zingen zij vrolijk hun variatie op een bekend wijsje.
'Het regent, het zegent, de pannetjes worden nat. Er kwamen twee Marije-tjes aan, die vielen in een gat!'
Lachen gieren brullen.
Er komt een man ons tegemoet. Hij ziet er op z'n zachtst gezegd apart uit. Hij heeft een paarse neonbroek met zwarte applicaties en een rooie bontachtige cape aan.
Op z'n hoofd heeft hij een paarse muppetmuts.
Het wordt stil in de bakfiets.
Twee hoofdjes draaien zich om.
Ik verwacht commentaar waarvoor ik zou willen dat ik echt in een gat kan springen.
De meedogenloze eerlijkheid van driejarigen ken ik inmiddels wel.
'Wat heb jij eigenlijk dikke billen!' tegen mij in een volle Albert Heijn.
'Kan die mevrouw nog niet zo goed lopen?' over een bejaarde met een rollator op de Albert Cuyp.
De kabouter on acid passeert ons.
Ik zeg niets en glimlach lief naar de twee prinsesjes.
Misschien valt het mee.
'Weetje... waarom heeft die meneer een baard?' klinkt het dan.
Huh? Had hij een baard?
'Dat is lekker warm,' zeg ik opgelucht.
Dat is blijkbaar een heel plausibele verklaring.
Ze zingen verder.
Ik begrijp er niets van.
maandag 7 januari 2008
Lief

Mijn oppaskindjes zijn 3 en 4 jaar. Mara en Corrado. Een meisje en een jongetje. Soms stout, meestal wel lief. En vandaag zijn ze ziek.
De storm raast om het huis en naast mij op de bank zitten twee snotterige hoofdjes te hoesten.
Vandaag geen woeste spelletjes of knutselavonturen. Na vijf boekjes heb ik geen zin meer om opvoedkundig verantwoord te doen. Ze mogen limonade, brood met chocopasta (zonder eerst gezond) en overdag naar de televisie kijken.
Met bleke gezichtjes zitten ze onder een deken met hun ogen gefixeerd op allerlei peuter- en kleuterprogramma's.
Na de computergestuurde Nijntje is er een muzikaal intermezzo.
Drie mooie meisjes dartelen over het scherm. Het is een jonge versie van K3 (dat ken ik dan nog wel) en het heet Djumbo.
'Dit is leuk!'roept mijn neefje enthousiast. 'Dan gaan ze dansen en zingen en zo.'
Dat is waar. De meisjes (knap, maar ik gok dat ze ook heel goed zouden zijn in belspellen presenteren) giechelen en zingen iets over de boel verbouwen.
Corrado legt uit aan zijn zusje dat zij 'echte vrienden zijn.'
Ik kan het niet laten. Ik kijk al de halve dag naar kinderprogramma's.
'Hoe weet je dat dan?' vraag ik. 'Misschien vinden ze elkaar wel helemaal niet aardig en doen ze alleen maar alsof...'
Verward kijkt hij opzij. Ik zie hem deze nieuwe mogelijkheid in overweging nemen.
'NIET!' zegt hij dan. 'Ze wonen ook samen in een huis en... ja. Je ziet toch gewoon dat ze vrienden zijn. Daarom zingen ze ook samen.'
Ik knik maar bevestigend.
Tevreden kijken ze verder. Er zingt nu een vrouw van een jaar of dertig met een gekke staart op haar hoofd in een Belgisch accent dat ze 'stapelgek is op Toby'.
'Die is lief!' zegt mijn nichtje. Tja.
'Je bent zelf lief,' zeg ik. Daar kan ze toch wel een beetje om lachen.
Mijn neefje maakt meteen gebruik van de situatie.'Omdat we ziek zijn en lief zijn mogen we nog wel even tv kijken he?'
Zijn zusje voegt er aan toe dat je 'alles mag als je maar lief bent'.
Ik hoop dat dat eigenlijk waar is.
*
Nog even dit: dit is de tekst van het K3 nummer Ali Baba.
Ligt het aan mij of is dit niet geschikt voor kinderen onder de zestien?
Ik bijt in je oor,
ik kietel je tot het pijn doet,
besnuffel je tot je 't uitroept,
stop ik geef me over!
Ik heb je door,
jij wil een droomprinssesje,
je eigen danseresje,
uit duizend en één nacht!
refrein:
Maak van die droom, realiteit,
en neem me mee op je vliegend tapijt,
wij liggen neer,
de wind in m'n haar,
gaat wild te keer,
stop nu maar want.
Ik voel de kriebels in m'n buik,
zijn het die stikjes in m'n haren,
op zoek naar ali baba's buit,
niet kan me bedaren.
Ik voel de kriebels in m'n buik,
zijn het de lichtjes in je ogen,
op zoek naar ali baba's buit,
stop nu maar want... oohh.
Je bijt in het zand,
Ik giechel dat ik niet meer bij kom,
Ik draai de rollen fijntjes om,
Stop ik geef me over.
Jij speelt een sjeik,
verkleed in m'n oude lakens,
Ik laat me lekker schaken,
op duizend en één nacht.
refrein (3x)
woensdag 2 januari 2008
Twee - duizend- acht

1 januari 2008, uur of twee 's middags
Op mijn televisie springen dappere mannen van een schans in de sneeuw.
Ik kijk vanonder mijn dikke dekbed met een half oog hoe ze omhelsd worden door mensen als ze weer veilig beneden staan.
Ik heb veel te weinig geslapen voor zoveel plezier.
Ugh. Nieuwjaarsdag. Champagne is zo overgewaardeerd.
Mijn hoofd heeft nog niet zo'n zin om op te staan en na te denken. Maar mijn buik heeft honger. Mijn buik wint.
Dus loop ik brak naar de keuken. Er is geen vet eten of chips in huis, waar ik nu zo'n behoefte aan heb.
Uit een soort voorzorgsmaatregel heb ik alleen gezonde dingen gekocht gisteren, zodat ik vanaf januari nu toch echt zou gaan beginnen met afvallen, gezonde dingen eten en sporten enzo.
Wat een slecht idee.
Grommend pak ik een droge volkorencracker en doe er 'flinterdun' rookvlees op. Sonja Bakker mag er misschien tevreden mee zijn, maar ik niet.
Ik wil patat.
Helaas.
Ik drink een glas water. En nog een. En nog een. Zo.
Om vier uur moet ik oppassen, dus kan ik nog lekker een uurtje slapen.
Wat is mijn bed toch fijn.
De skifanaten springen nog steeds enthousiast van de berg. Het lijkt me behalve doodeng ook heel erg koud.
Ik zak nog iets verder onder de deken.
Net voordat ik de tv uit doe, hoor ik Evert ten Napel nog iets vertellen over de springers.
'Een pietsie wind kan funest zijn bij deze sport, maar daar hoor je die mannen nooit over.
Het is een buitensport. En daar genieten zij van!'
Ik schiet in de lach.
Ik denk aan gisteren. Aan de Westergasfabriek, mijn vriendinnen en muziek. Aan de afgelopen feestweken. Aan 2007 en hoe ik het jaar vond.
Veel hoogte- en soms ook een paar dieptepunten.
Een pietsie tegenwind is niet funest. Als je alle fietstochtjes meetelt is mijn leven ook een buitensport.
Dus kom maar op met dat nieuwe jaar. Kom maar op met nog een maandje werken en feesten. Kom maar op met serieuze coschapdingen.
Ik hoef in elk geval niet van een schans. Dat scheelt alweer.
Hiep hoi voor twee-duizend-acht!
Abonneren op:
Berichten (Atom)